
Reisverslag
Turkije
van 4 t/m 11 november 2010
Jenny & Herman Brouwer
Donderdag
4 november
Even na
middernacht brengt
Maartje ons naar Schiphol. Nog nooit zijn we zo vroeg op pad gegaan. We hebben
wisselende berichten over de vertrektijd van ons vliegtuig (4, of 5 uur)
gekregen.
Het is erg rustig op de weg. We moeten wel omrijden door Haarlem, want de A9 is
afgesloten. Om goed half één zijn we in vertrekhal 3. Het is er bijna
uitgestorven. Op de vertrekborden zien we dat ons vliegtuig het eerste is dat
vandaag vertrekt (dus om 5 uur) . We hebben wat te eten en te drinken bij ons en
genoeg leesvoer. We vervelen ons dus niet. Er zijn een aantal mensen
kerstversiering in de hallen aan het ophangen
.
Om
twee uur wordt de Corendon-balie bemand en kunnen we inchecken. Achter de douane
is ook weinig te beleven. We gaan maar vast naar de gate. Het vliegtuig (een
Boeing 737-400) staat er al wel, maar alles is nog donker. Langzamerhand
druppelen er steeds meer mensen binnen. Ook zien we dat er in en aan het
vliegtuig gewerkt wordt. Een half uur voor vertrek mogen we aan boord. Er
is erg weinig beenruimte en het vliegtuig is bij vertrek tot de laatste plaats
bezet.
De start en de vlucht verlopen rustig, we hebben een staartwind en daardoor komen we 20 minuten eerder in Antalya aan. We hebben een goede landing en het uitchecken gaat net zo voorspoedig als het inchecken. Bij de visumbalie zit een erg chagrijnige man, geen al te best visitekaartje voor de Turken. De rest van de formaliteiten en het in ontvangst nemen van onze koffers is ook snel gebeurd. We zien al gauw waar we ons moeten melden. Het is een beetje chaotisch, maar uiteindelijk krijgen we toch door bij welke bus we ons moeten melden. Hier maken we ook kennis met onze gids Aidin.
Het
hotel ligt maar een kwartiertje rijden van het vliegveld. We krijgen gelijk de
sleutel van onze kamer op de bovenste verdieping. We pakken de koffers niet uit,
want morgen vertrekken we naar Cappadocië. Om elf uur zitten we al bij een
lokaal eettentje aan de kebab, die ons prima smaakt. De koffie is helaas
matig. We maken een lange wandeling langs het strand, de boulevards en de
kliffen naar de waterval en weer terug. Het is heerlijk weer, zonnig en ruim
boven de 20° C. Er zijn veel bouwactiviteiten, er worden veel nieuwe hotels bij
gebouwd en de wat oudere hotels worden gerenoveerd. Het is een behoorlijke
wandeling van minstens 10 kilometer. Vlak bij het hotel is een supermarkt,
daar hebben we vanmorgen water gekocht en nu kopen we er een ijsje en wat te
drinken voor vanavond. Het assortiment is te vergelijken met wat er bij ons
zoal te koop is, ook de prijzen zijn te vergelijken.
Terug in hotel doen we een tukje, de nacht zonder slapen begint z'n tol te eisen. We hebben onze wekker gezet, want vanaf half zeven kunnen we dineren. Het diner is in buffetvorm, zoals we het van onze eerste vakantie in Turkije gewend zijn. Er is meer dan voldoende keus en we eten eigenlijk te veel. We hebben totaal geen benul van de tijd. Een uur tijdverschil, een nachtje overslaan en slapen overdag helpen daar niet aan mee. Na 't eten douchen en in bed nog het nieuws kijken via BNR. Morgen worden we om 6 uur gewekt. Het is de bedoeling dat we om half acht vertrekken.
Vrijdag
5 november
Half acht op weg naar
Cappadocië, een rit van ongeveer 600 kilometer. We zien nu ook met wie we deze
week op reis gaan. Een gemêleerd gezelschap zo te zien.
Het is
schitterend weer, net als gisteren, nu maar hopen dat het de hele week zo
blijft. Eerst rijden we door de laagvlakte, min of meer evenwijdig aan de kust.
Een erg vruchtbaar gebied, in kassen worden vooral tomaten en komkommers
verbouwd. We zien de Taurus (gebergte) aan de linkerkant. Onze gids geeft ons
veel informatie.
De Taurus is
een breukvlakgebergte dat
ligt in Zuidwest-Azië. Dwars door Anatolië loopt
een breukensysteem in de richting zuidwest-noordoost. Het systeem vormt de
begrenzing van de Arabische plaat in het oosten en de Anatolisch/Turkse plaat
in het westen. Door de noordwaartse beweging van de Arabische plaat treden er in
dit breukgebied vooral horizontale verschuivingen op in de aardkorst,
waardoor spanningen worden opgebouwd die zich ontladen in de vorm van
aardbevingen.
De rivier de Eufraat daalt
van dit gebergte af naar Syrië. Het
gebergte heeft verschillende hoge pieken tussen de 3000 en 3700 meter. Het
hoogste deel wordt Aladağ genoemd
en de hoogste bergtop is de berg Demirkazık (Aladağlar)
die bijna 4000 meter is.
Kalksteen is er geërodeerd en dit leidde tot de vorming van watervallen,
ondergrondse rivieren en van de grootste grotten van Azië.
In het neolithicum werd
hier reeds obsidiaan ontgonnen,
dat gebruikt werd voor spiegels. Ook trokken nomaden tot
op zekere hoogten, afhankelijk van de seizoenen, met hun kudde rond in de Taurus.
Het winterseizoen is al min of meer aangebroken, er is dus weinig activiteit te zien.
Iris is vandaag jarig dus sturen we haar een Sms'je met de felicitaties.
Na een uur rijden we door Side, zes jaar geleden hebben we als onderdeel van een grote reis ook deze route afgelegd. Het land is sindsdien erg ontwikkeld: nieuwe wegen en heel veel mooie nieuwe woongebouwen. Zo te zien is de welvaart de laatste jaren behoorlijk gestegen. We hadden dat ook al aan de prijzen van artikelen in de supermarkt gemerkt (bijna hetzelfde als in Nederland). Misschien is het niet overal in Turkije zo want dit is natuurlijk wel het meest welvarende deel van dit land. Na Side gaan we het gebergte in. Het is er net zo mooi als we het ons herinneren. De vorige keer toen we hier waren (mei 2004) lag er nog sneeuw, nu zijn de loofbomen getooid met mooie herfstkleuren.

Na nog een uurtje rijden hebben we een koffie- plaspauze. De koffie is niet erg lekker. Wel is er vers granaatappelsap. Zo te merken is deze stopplaats een goudmijn, maar wat betreft organiseren kunnen ze nog veel leren. Voor één glaasje sap zijn 3 granaatappels nodig, die door één mevrouw met een handpersje wordt uitgeperst. Voordat iedereen die dat wil een glaasje sap heeft zijn we een half uur verder.
Op het hoogste punt van deze reis: Alacabel Rakim (1825m) gaan we weer even de bus uit om foto's te maken. Op deze hoogte is het behoorlijk fris.
We rijden verder naar Konya, een stad in het zuidwestelijke deel van Midden-Turkije. We hebben een paar zeer steile afdalingen, met mooie vergezichten. Als we op de hoogvlakte rijden zien we veel mensen bezig met de suikerbietenoogst. Hele rijen vrachtauto's afgeladen voor een suikerfabriek, die erg veel luchtvervuiling veroorzaakt.
Konya is de hoofdstad van de gelijknamige provincie Konya. De stad ligt ongeveer 250 kilometer van de Middellandse Zee af, op ongeveer 1000 meter boven zeeniveau.
De naam van Konya in het Romeinse Rijk was Iconium. De stad was al vele duizenden jaren eerder bewoond. Niet ver van Konya zijn er nog overblijfselen van Hettitische artefacten, zoals reliëfs. Na de vernietigende nederlaag die de Byzantijnen leden in de Slag bij Manzikert (Turks: Malazgirt) vestigden Seltsjoekse Turken het Sultanaat van Rûm (het Romeinse Sultanaat) met eerst Iznik (1077-1097) en 20 jaar later Konya (vanaf 1097) als hoofdstad. De stad ontwikkelde zich daarna als een belangrijk islamitisch centrum, met name voor de soefi-beweging.
Konya staat vooral bekend om de dansende derwisjen, die lange tijd achtereen in dezelfde richting blijven draaien. Het Mevlana-museum, dat we bezoeken, is aan deze derwisjen gewijd. Tijdens het Ottomaanse Rijk dansten hier al derwisjen. Dit museum, een soort klooster, is genoemd naar de mystieke filosoof en dichter Jalal ad-Din Rumi, de stichter van de orde van de dansende derwisjen. Zijn graftombe bevindt zich hier in Konya. Om deze reden wordt de stad ook als een heilige plaats beschouwd en is het een soort bedevaartsplaats. Na het overlijden van Rumi's vader Celaleddin vestigde Rumi zich in 1240 definitief in Konya. Hier stichtte hij een soefi-orde van religieuze dansers, waarbij hij elementen uit de islam, het christendom en het boeddhisme verenigde.
Rumi's klooster
had een grote aantrekkingskracht op vele van zijn volgelingen. Zij gaven hem als
eretitel Mevlana, 'Onze Gids'. De monniken (derwisjen) noemden zichzelf mevlevi,
'degenen die het pad van de gids volgen'. Een van de belangrijkste regels
volgens het leven van de derwisjen was de sema. Tijdens deze rituele dans
draaien de monniken, gekleed in de karakteristieke gewaden en taps toelopende fez (hoed),
steeds sneller in het rond, waardoor zij in extase raakten en zo hun ziel met
het allerhoogste konden verenigen.
Het museum is aangepast aan de vele toeristen die hier komen, automatische poortjes en een groot park waar we eerst door moet lopen, voordat we het museum kunnen bezichtigen. We hoeven onze schoenen niet meer uit te doen, maar krijgen plastic wegwerp overschoentjes.
Na het museum gaan we nog even naar de begraafplaats aan de overkant van de weg, net als tijdens de vorige reis. Ook hier is alles beter onderhouden. Tussen de graven zijn nu mooi aangelegde wandelpaden.
Verder is Konya
een universiteitsstad,
en staan er in de stad zelf en in de regio ook een aantal belangrijke moskeeën.
Ook hier is veel bijgebouwd, allemaal nieuwe wijken met kleurrijke appartementen
en mooie brede wegen.
We worden naar het restaurant gebracht door een andere bus, want onze bus moet even naar de garage voor een kleine reparatie.
De lunch is meer dan prima, weer een buffet met allerlei lekkere Turkse gerechten. Twee keer per dag zo uitgebreid warm eten is niet al te best voor onze lijn.
De bus is gelukkig snel gerepareerd en wij vervolgen onze weg naar Ürgüp, waar we de komende drie nachten zullen logeren. Aidin onze gids trakteert ons op een glaasje Raki, de nationale borrel. Onze chauffeur heet trouwens Mehmed, een lange slanke Turk, zo te merken een prima chauffeur. Het eerste deel rijden we over een mooie 4-baans weg, ook hier wordt veel geïnvesteerd in de infrastructuur. Om 5 uur (4 uur Nederlandse tijd) is het al donker.
We drinken nog een kopje koffie bij Mado, volgens de gids een chique keten. Ze hebben hier lekkere koffie, wel Nederlandse prijzen: € 6,- voor een zwarte koffie en een cappuccino.
Om half acht komen we bij het hotel aan. Een groot resort, met leuke kamers in een lokale stijl. Als de koffers uitgepakt zijn gaan we naar het diner. Hier is een mega groot restaurant met wel 500 zitplaatsen en het zit er tjokvol. We hebben gereserveerde tafels, dat is dus geen probleem. Alles is prima georganiseerd en verzorgd en de keuze uit gerechten is enorm.
Na het eten gaan we gelijk naar bed, want morgen worden we om half vijf (!) gewekt.
Zaterdag
6 november
Ja hoor, om half vijf worden we gewekt door de wekautomaat van het hotel. Aankleden en daarna worden we door een klein busje (samen met nog wat reisgenoten) opgehaald. Het is de bedoeling dat we een ballonvlucht gaan maken in de buurt van Göreme, waar we deze week ook nog het openluchtmuseum gaan bezoeken. Het is nog donker, we kunnen dus niet zo goed zien waar we naar toe gaan. Na een kwartiertje rijden komen we op de plek van bestemming. Het is er een drukte van belang.
Op lange tafels
staan koffie, thee, cake en koekjes. In de buurt worden zo'n tien luchtballonnen
klaargemaakt. We dachten dat we de enige waren, want het is redelijk prijzig.
Langzaam begint het licht te worden en het is behoorlijk koud. Bij vuurtjes
kunnen we ons wat warmen. Na een half uurtje is het zo licht dat wij echt kunnen
zien wat er gebeurt. Inmiddels is de ballon waar wij mee gaan varen opgeblazen
en mogen we in de mand klimmen, 24 personen per mand.
Onze piloot is een
jonge vrouw. Nadat ze een paar gasstoten aan de branders heeft gegeven stijgen
we al snel naar 300 meter hoogte. We zien de zon opkomen vanachter de
Ercyies Dagi, een uitgedoofde vulkaan. Overal vanachter heuvels en bergen zien
we ballonnen opstijgen, in totaal wel 40! We hebben een schitterend uitzicht
over de bijzondere rotsformaties van Cappadocië. Wat een bijzondere ervaring! We
blijven goed een uur in de lucht en de piloot land de ballon keurig op de
aanhanger van de landrover, die al naar het landingsgebied gereden is. We
krijgen een certificaat en een glas champagne.
Cappadocië ("land
van goed gefokte paarden") is een landstreek ten zuiden van de steppe in
de Turkse regio's
Centraal-Anatolië en Oost-Anatolië.
Het gebied heeft een oppervlakte van 2000 km2 en
ligt tussen de rivieren de Eufraat en
de Kizil Irmak.
Ten tijde van het Romeinse Rijk was
het een vredige Romeinse provincie genaamd Cappadocia,
die in het oosten grensde aan Armenia,
in het zuiden aan Mesopotamië, Syrië en Cilicia,
in het westen aan Galatia en
in het noorden aan Pontus.
Een
geologisch meesterwerk. Zo kan het landschap van Cappadocië het beste worden
omschreven. Miljoenen jaren geleden is dit gebied namelijk ontstaan door twee
enorme vulkaanuitbarstingen. Door de lavastromen van de vulkanen Ercyies Dagi en
Hasan Dagi ontstond gloeiend gesteente. Toen dit door ontploffende gassen werd
verpulverd, ontstonden er enorme asregens. Deze as werd steeds vaster en bestond
uit meerdere lagen. De onderste laag bestond uit tufsteen, een gesteente dat
voornamelijk uit vulkanische as bestaat. De buitenste laag werd gevormd door
basalt, een vulkanisch stollingsgesteente dat ontstaat door de stolling van lava
of magma. Wind en regen hebben ervoor gezorgd dat de tufsteen werd weggevreten
via spleten in het basalt. Door erosie is de vorm van het gesteente dan ook
veranderd. Dit heeft ertoe geleid dat één van de meest bijzondere natuurlijke
rotstuinen werd gevormd.
Cappadocië staat op de werelderfgoedlijst van Unesco.
We worden weer met kleine busjes teruggebracht naar het hotel. We trekken wat minder warme kleren aan en gaan aan het ontbijt. Een enorme keuze, we moeten oppassen om niet te veel te eten.
Om 9 uur vertrekken
we, nu weer met de grote bus richting Göreme.
Een gedeelte van de vallei van
Göreme, is tegenwoordig een openluchtmuseum. De bouwwerken werden in vroegere
tijden bewoond door een religieuze gemeenschap. In deze rotsmassa’s werden door
de monniken christelijke kerken uitgehakt. De stichter van de gemeenschap was Sint
Basilius bisschop van Caesarea, die
deze kleine kloostergemeenschappen oprichtte om zich terug te trekken.
Door het uithakken van de grote tufstenen monolieten
werden een groot aantal kerken verkregen – volgens
een plaatselijke traditie zouden er vroeger 365 kerken hebben bestaan, één voor
elke dag van het jaar –
waarvan er nog een dertigtal voor het publiek zijn geopend. Bijna alle nog
bewaarde kerken van Göreme werden na 850 gehouwen, zij werden in de
daaropvolgende eeuwen gedecoreerd
met wandschilderingen in een stijl die, hoewel
geïnspireerd op bestaande werken uit de hoofdstad, toch een buitengewone eenvoud
uitdrukt.
De schitterende kleurschakeringen zijn na zo lange tijd goed bewaard gebleven door de waterdichtheid van de tufsteen en de binnentemperatuur die nauwelijks onderhevig was aan klimatologische invloeden.
We bezoeken hierna een woning die we ook van binnen mogen bekijken. Het is een soort theehuis annex café, de eigenaar speelt en zingt een traditioneel lied voor ons. We drinken er een soort glühwein, gemaakt van de wijn uit Cappadocië
We gaan lunchen in een restaurant waar ze het eten in een aardewerken pot gegaard hebben. Het vlees en de groenten smaken heerlijk. We kunnen buiten eten want het is inmiddels al ver boven de 20° C geworden.
Daarna bezoeken we de ondergrondse stad Kaymakli.
Deze stad ligt aan de weg van Nevsehir naar Nigde. Deze ondergrondse vesting
ligt onder een heuvel in het centrum van de stad en telt wel acht verdiepingen.
Kaymakli werd al bewoond in de 5de eeuw voor onze jaartelling. Een groot doolhof
uitgehakt in de kalkzandsteen, met allerlei ruimtes.
We gaan terug naar het hotel en dat is maar goed ook. We hebben een lange en drukke dag gehad. Naast het hotel is een bedrijf dat wijn produceert. Vreemd, het is ook een plaats waar schoolreisjes naar toe gaan. De leerkrachten proeven wijn en de leerlingen druivensap. We kopen 2 flessen wijn voor 's avonds op de kamer. Voor het diner lezen we nog wat en doen een tukje.
Tijdens het diner is het nog drukker dan gisteren, verbazingwekkend dat er nog zo veel mensen op vakantie zijn: Fransen, Duitsers, Japanners en natuurlijk veel Nederlanders.
Na het eten nog een slaapmutsje en dan lekker slapen, daar zijn we wel aan toe.
Zondag
7 november
We hebben heerlijk
geslapen en een flinke nacht gemaakt, wel 9 uur! Na het ontbijt bezoeken we wat
uitzichtpunten: de Derbent vallei, met exotische, bijna buitenaardse uitzichten.
Met een beetje fantasie kun je in de rotsformaties allerlei figuren zien: een
kameel, Maria met kindje Jezus, enz. Ook de stad Göreme bekijken we nu vanaf een
hoge plek. Uiteraard maak ik overal veel foto's.
Het volgende
programmaonderdeel is een (min of meer verplicht) bezoek aan een coöperatie waar
tapijten worden gemaakt en uiteraard verkocht. Bij ons thuis hangen nog twee
schitterende tapijten uit Ispahan (Iran) aan de muur, we hebben er dus niet een
nodig.
De lunch hebben we in een restaurant dat uitkijkt over de Duivenvallei, de boeren uit de omgeving hakten in de rotsen duiventillen uit, die nog steeds gebruikt worden om duivenmest te verzamelen, om de akkers te bemesten. Het uitzicht is adembenemend.
We gaan daarna wandelen in de vallei van de liefde, een schitterende omgeving waar we van de natuur genieten.
Met de bus rijden we naar Avanos, een pottenbakkersdorp, dat aan de Kizil Irmak (de Rode Rivier) ligt. Het aardewerk is er erg duur en we vinden de motieven veel te druk.
Om half zes zijn
we terug in het hotel. We drinken een glaasje wijn, lezen en schrijven wat,
waarna we aan het diner gaan. Het was vandaag een heerlijk rustige dag, we
hebben wel heel veel van Cappadocië gezien. Ons reisgezelschap hebben we vandaag
ook een beetje beter leren kennen. Een erg leuk gezelschap, met een aantal
mensen waarmee we goed op kunnen schieten. We treffen het toch altijd maar weer.
Na het eten pakken we vast de koffers in, want morgen gaan we weer terug naar Antalya.
Maandag
8 november
Vandaag hebben we een reisdag, we gaan van Ürgüp terug naar Antalya. Na het uitgebreide ontbijt is het pas 7 uur, we hebben dus nog wat tijd om in de omgeving van het hotel foto's te maken.
De
bus vertrekt om half acht. Even onderweg hebben we al onze eerste stop in
Sulthanhani, waar we de karavanserai bezoeken. De handelaren, met hun waren
konden hier met hun lastdieren veilig overnachten. Het gebouw stamt uit de
florerende periode toen de Seldsjoeken het hier voor het zeggen hadden. Het
complex is volledig gerenoveerd en het ziet er net wat te mooi uit.
We
hebben in de loop van onze vakanties al heel wat van deze plekken bezocht. De
mooiste die we ooit gezien hebben was in Ispahan in Iran.
In Capadocië hebben we deze reis wat intensiever beleefd dan tijdens onze grote Turkije-reis van 6 jaar geleden. Misschien wel omdat het toen het begin van de reis was, waarna we nog zo veel hebben gezien dat de 'eerste' indrukken misschien wel wat naar de achtergrond zijn verdwenen. Nu hebben we in elk geval volop genoten van het weer, het landschap, de cultuur de geschiedenis en het eten.
Wat
wel opvallend is, dat de Turkse mensen wat vriendelijker mogen zijn
(uitzonderingen gelukkig daar gelaten). Van de meeste mensen kan er nauwelijks
een lachje af.
We hebben een prima reis, ongeveer via de zelfde route als op de heenreis. We lezen veel (Herman - tikkop van Adriaan van Dis - een mooi, wat wrang boek, maar toch ook wel weer hoopvol. Jenny - de maagdenknoop van Holly Payne - een roman die speelt in de omgeving van Antalya - Turkije) en luisteren muziek via de MP3-speler.
Het Taurusgebergte is ook nu weer een mooie ervaring, de herfstkleuren zijn nog uitbundiger als op de heenreis. Ook worden we nog getrakteerd op een schitterende zonsondergang.
Om half zeven zijn we in het hotel. Na het diner doen we nog wat boodschappen en gaan op tijd naar bed, na een reis van ruim 600 kilometer.
Dinsdag
9 november
Gelijk
na het ontbijt bezoeken we de antieke stad Perge, die
in de oudheid door de toen bevaarbare rivier Kestros met de Middellandse
zee
was
verbonden. Dit is een van de meest belangrijke en meest mooie steden van de
kust, ook beroemd om religieuze redenen door Paulus. Hij deed zijn eerste
uitspraken aan bewoners van Perge. Perge was een vrije onafhankelijke stad tot
de komst van Alexander de Grote in 334 v.c. Tijdens de hellenistische periode
van Alexander de Grote, en de Romeinse keizerstijd bloeide de stad op. Zij sloeg
haar eigen munten met een afbeelding van het beeld van Artemis van Perge, de
vruchtbaarheidsgodin.
Men komt in de benedenstad door drie poorten, de meest zuidelijke uit de hellenistische tijd. De poort was geflankeerd door twee ronde torens en had een ovaal binnenhof.
Evenals Aspendos, werd ook Perge gesticht door de twee zieners Mapsos en Kalhos. In de geschiedenis verschijnt Perge als de eerste stad die Alexander de Grote gastvrijheid bood. Nog in de christelijke tijd vereerden de inwoners van Perge in de heilige Maria hun Artemis en zagen in Jezus hun Apollo. In de keizertijd groeide Perge uit tot een stad van betekenis. Uit deze periode stammen de meeste nog bewaarde gebouwen. De beroemde Artemistempel van Perge is nog niet gevonden. Polemo, in de tijd van Hadrianus, sprak van een "wonder wat ligging, schoonheid en uitvoering betreft "
Het
theater is van het Griekse type, waarbij de vorm van de toeschouwers ruimte de
halve cirkel overschrijdt. Het theater had 14000 zitplaatsen en het stadion
15000 toeschouwers.
Het palestra is een deel van het grotere gymnasium complex en van Romeinse thermencomplex.
De stadsmuren onderging meerdere keren uitbreidingen. De ronde muurtorens zijn karakteristiek voor de stad. De stadsplattegrond is typisch Romeins gebouwd rond de agora.
Na het bezoek aan Perge gaan we naar één van de verplichte verkooppunten, dit keer juwelier Storks, omdat Jenny dit jaar een kroonjaar bereikt kopen we een mooie ring met inscriptie. Omdat de onderhandelingen wat langer duren pikt de bus ons wat later op.
We
bezoeken hierna Antalya, het centrum is erg opgeknapt, met mooie winkels en
kunstwerken. Jenny koopt 2 leren jassen; een chique en een sportieve. We hebben
afgesproken om weer te verzamelen in Coffee Dream, waar ze heerlijke koffie
hebben. Ik laat een kaartje van Merijns web-winkel: www.wereldkoffie.eu achter. De
eigenaar vindt dat leuk, want hij heeft een web-winkel in Turkije. De bus
brengt ons weer terug naar het hotel voor het diner. Na het eten maken we een
wandeling langs
de boulevard met een aantal reisgenoten. We worden eerst vergezeld door twee
honden, maar onderweg groeit de roedel steeds meer aan. De
honden zien er redelijk doorvoed en verzorgd uit. Terug in het hotel drinken we
nog een borreltje in de bar en kopen de laatste souvenirs bij het stalletje van
het hotel. Dit stalletje wordt gerund door een heel vriendelijke Libanese
verkoper. We vinden eindelijk een geschikt T-shirt voor Anne Jan. We mogen bij
hem niet afdingen, maar dat hoeft ook niet, want zijn prijzen zijn meer dan
redelijk. Ook krijgt iedereen die bij hem wat koopt een klein cadeautje, wij elk
een sleutelhanger. Op de kamer drinken we nog een slaapmutsje en gaan daarna
lekker slapen.
Woensdag
10 november
Na het ontbijt bezoeken we de laatste verkoopbijeenkomst in een leerverwerkingsbedrijf . We krijgen eerst een modeshow, maar die maak ik niet mee, want ze beginnen met stroboscopische lichteffecten en daar kan ik absoluut niet tegen. De verkopers in de winkel zijn verre van aardig. We zijn er dus snel uitgekeken en Jenny heeft gisteren al gekocht.
Daarna
gaan we naar
Aspendos (Latijn: Aspendus), een antieke Grieks-Romeinse
stad, die ongeveer 4 kilometer ten noorden van de plaats Serik
ligt.
Het is er erg rustig, wel is er een grote groep (Franse) fietsers.
Aspendos was in de oudheid een belangrijke stad in Pamphylië. De stad lag aan de rivier Eurymedon op ongeveer 16 kilometer van de kust van de Middellandse Zee. Volgens de overlevering werd de stad rond 1000 voor Christus gesticht door de Grieken uit de stad Argos.
Uit de grote verspreiding van munten uit Aspendos blijkt dat het rond de 5e eeuw v. Chr. was uitgegroeid tot de belangrijkste stad van Pamphylië. In deze tijd was de Eurymedon tot aan Aspendos bevaarbaar en de stad werd rijk door de handel in zout, olie en wol. In 333 v. Chr. betaalden de inwoners een grote som geld aan Alexander de Grote om te voorkomen dat hij een garnizoen van zijn leger in de stad zou stationeren.
Men hield zich echter niet aan de
afspraak en de stad werd bezet. In 190 v. Chr. gaf de stad zich over aan de
Romeinen, die alle kunstschatten roofden. Aan het eind van de Romeinse tijd en
in de Byzantijnse periode raakte de stad in verval. Aspendos staat bekend om het
best bewaarde Romeinse theater uit de oudheid. Dit, in het jaar 155 gebouwde
theater, heeft een diameter van 96 meter en biedt plaats aan 7000 toeschouwers.
Het gebouw is vrijwel intact bewaard gebleven en wordt zo te zien ook nu nog
goed onderhouden. Naast het theater zijn er nog restanten van een nymphaeum,
basilica, agora en 15 kilometer van het aquaduct te zien, waar we op de terugweg
nog een fotostop maken.
We hebben een kort ritje naar Manavgat, waar we een mooie nieuwe moskee bezichtigen. Ook hier een manier om aan anderen te laten zien hoe veel men wel over heeft voor zijn geloof.
Hierna is het tijd om in te schepen voor een tocht tot aan de Middellandse Zee. Een heerlijke rustige tocht. Langs de rivier zien we veel vissers, grootschalig met netten, of gewoon met de hengel.
Op de boot zit nog een groep Nederlanders die dezelfde reis als wij maken, ze zijn erg lawaaiig en nogal ordinair, we zijn blij dat wij zo'n leuke groep hebben.
Vlak voor de monding van de
rivier meert het schip af. De bemanning haalt geroosterde visjes en kip, die op
het strand klaargemaakt zijn, met brood en een salade, een prima maaltijd. Met
een groepje van ons gezelschap maken we een wandeling over het strand naar de
pieren. Het seizoen is echt ten einde. Dit moet een plek zijn waar veel
toeristen komen, maar wij zijn op dit moment de enigen. De reis per boot terug
gaat net zo kalm als de heenreis. Als we weer bij de bus terug zijn begint het
al weer donker te worden. Tijdens de terugreis naar het hotel staan we vlak voor
Antalya een poos in de file. Ook hieraan merk je dat de economie hier goed
draait.
Na het afscheidsdiner maken we nog een flinke wandeling, we hebben praktisch de hele dag gezeten. Na de wandeling pakken we onze koffers, nemen nog een slaapmutsje en kruipen in ons bedje. Morgen worden we om half 9 opgehaald om naar het vliegveld te gaan
Donderdag
11 november
Ook
deze laatste dag van deze vakantie hebben we prima geslapen. Onze gids is
gisteren al vertrokken naar zijn gezin in Alanya. Een andere gids brengt ons
naar het vliegveld. Het inchecken is vlot gebeurd en het vliegtuig vertrekt
keurig op tijd. We hebben een voornamelijk rustige vlucht. Wel krijgen we van de
gezagvoerder te horen dat we ons moeten voorbereiden op een niet al te soepele
landing. Het is koud guur weer in Nederland en behoorlijk stormachtig. Als we na
ruim drie uur door de wolken zakken zien we het Noordzeekanaal, Spaarnwoude en
het Rottepolderplein. We landen op de Polderbaan, een landing volgens het
boekje. Het is lang geleden dat we het
meegemaakt
hebben dat de piloot spontaan een applausje krijgt .
We zien een grijze wereld, het regent dat het giet en volgens de berichten is het maar 5°C, wat een verschil, toen we vertrokken uit Antalya, was het daar 25°C!
We zaten helemaal achter in het vliegtuig, dus het duurt nogal even voordat we het vliegtuig uit zijn. Voordeel is dan wel weer, dat we bijna niet op onze koffers hoeven te wachten. Er zijn al wat mensen vertrokken van ons reisgezelschap, maar van hen die er nog zijn nemen we hartelijk afscheid.
Met
de trein gaan we via Sloterdijk naar Beverwijk. Sjef, onze buurman staat al bij
het station om ons naar huis te brengen.
We kijken met veel voldoening terug op deze prachtige reis.