Verslag van onze reis naar

 

Java en Bali

 

 

 

 

Jenny en Herman Brouwer

 

19 juni t/m 4 juli 2010

 


 Dag 1        zaterdag 19 juni


 

We zijn nog nooit zo vermoeid op reis gegaan. Maartje (onze dochter) en Moreno hebben afgelopen woensdag  de sleutel van hun huis gekregen. Door de economische crisis en de weinig strenge vorst afgelopen winter, was dat ongeveer twee maanden eerder dan gepland. Wij hadden beloofd te helpen met de vloeren leggen en de muren te behangen. Onze vakantie hadden we juist daarom in deze periode gepland. Gelukkig ging alles redelijk naar wens, maar we hebben drie dagen hard gewerkt van ’s morgens vroeg, tot ’s avonds laat. Tussendoor hebben we de koffers gepakt en de laatste voorbereidingen van de reis getroffen. Gisteravond laat onze reisblog: hermanenjenny.waarbenjij.nu nog even bijgewerkt, zodat  iedereen weet dat we vandaag echt gaan vertrekken naar Indonesië. Ook omdat we zo moe zijn hebben we de afgelopen nacht prima geslapen, wel worden we allebei om half negen met spierpijn wakker. Merijn, Iris en Amber  komen nog even op de koffie om afscheid van ons te nemen. Ze helpen vandaag verder in het huis van Maartje en Moreno. We worden door Moreno naar Schiphol gebracht, dat is gelukkig maar zo’n twintig minuten. De mevrouw van de Fox-balie verwijst ons gelijk door naar de balies van Cathay Pacific. Het inchecken gaat zonder problemen, de vlucht naar Jakarta heeft een overstap in Hongkong. In beide vliegtuigen heeft Jenny een plaatsje aan het raam.

 

 

We lopen wat rond op Schiphol, we hebben nog bijna twee uur voor het vliegtuig vertrekt. Het Rijksmuseum is in renovatie en kunnen we nu dus niet kijken. We kunnen zien dat wachtruimte bij de gate uitgebreid wordt gecontroleerd voordat de reizigers er in mogen. Een half uur voor het geplande vertrek mogen we al aan boord. Het is een mega vliegtuig (Boeing 747-400) en alle stoelen (349) zijn bezet. Het zijn toch redelijk ruime plekken, want er zijn ook jumbo’s met meer dan 500 stoelen. We zitten net achter de vleugel aan de rechterkant. Iedere plek heeft een uitgebreid entertainmentsysteem. We kunnen spelletjes spelen, uit honderden films en documentaires kiezen en naar muziek luisteren, ook hierbij een keuze uit honderden cd’s.

 

 

Het opstijgen gaat soepel vanaf de Kaagbaan met een grote bocht over Alphen aan de Rijn, richting oosten. Snel wordt de bewolking onder ons dichter en valt er, behalve de bovenkant van de wolken, weinig te zien. Al snel wordt het diner geserveerd, we kunnen kiezen uit drie menu’s. We krijgen er elk twee flinke glazen wijn bij. Na het diner wordt ons gevraagd de luiken voor de ramen te sluiten en de lichten gaan uit. In Nederland is het nu pas zes uur, maar in Hongkong, onze tussenstop, is het inmiddels net zondag geworden.


Een selectie van de foto's gemaakt op:

Dag 1 - 19 juni

terug naar start


 Dag 2        zondag 20 juni


 

We slapen allebei, mede omdat we nog zo moe zijn, redelijk. Tussendoor kijken we filmpjes, of luisteren naar muziek. De afgelopen week had ik een verstopte, of ontstoken speekselklier in mijn bovenkaak en hierdoor een wat dikke wang. Merijn zei gisteren: “Pas maar op dat hij in de lucht niet ontploft”. En om een uur of vier, op een paar kilometer hoogte springt hij inderdaad in mijn mond open. Gelijk is de spanning van mij wang af. De hele nacht lopen er stewardessen rond, die iedereen van kussentjes, dekens en water voorzien. Om goed vijf uur (Hongkong-tijd) krijgen we het ontbijt. Eerst jus d’orange verder yoghurt, croissantjes, vers fruit en wat gebak en muffinachtige dingen.  Om half zeven zetten we de landing in. Het blijft een wonder dat zo’n kolossaal vliegtuig (de afmeting van een flink flatgebouw) zo soepel en zachtjes kan landen.  Het nieuwe vliegveld van Hongkong is aangelegd op een paar eilandjes voor de kust. De gebouwen zijn mega groot, met een mooie en ingenieuze constructie, maar verder saai en karakterloos. Voor onze aansluitende vlucht naar Jakarta hoeven we niet lang te wachten. Als we alle checks hebben gehad kunnen we al bijna direct aan boord. Dit vliegtuig is een grote airbus . Ook deze is tot de laatste plaats toe bezet. Alweer een prima vlucht, met hier en daar wel een beetje turbulentie. Deze vlucht duurt nog eens vier uur. Al met al zijn we dan al zeventien uur onderweg. Om vast aan het Indonesische eten te wennen krijgen we vis in ketjapsaus en rijst te eten en ook nu weer vers fruit toe.

 

 

Een kwartier te vroeg landt het vliegtuig op Sukarno Hatta airport. Voordat we de douane door mogen moeten we eerst een visum voor  € 20,- aanschaffen. Betalen bij het ene loket, we krijgen een betalingsbewijs en bij een ander loket wordt het visum, na het laten zien van het betalingsbewijs in ons paspoort geplakt.

 

Het is behoorlijk warm (32° C) en vochtig. De douane zijn we snel door en ook onze koffers verschijnen al snel op de lopende band. Het is iedere keer weer een opluchting dat de bagage meegekomen is. We worden opgewacht door drie personen: de chauffeur en zijn bijrijder en onze gids, die zich voorstelt als Yana. Het is een wat oudere Indonesische dame die goed Nederlands spreekt. Het wordt nu ook duidelijk, uit welke personen het reisgezelschap bestaat. Er staat een mooie oranje bus op ons te wachten en via de tolweg gaan we richting binnenstad. Wat opvalt is het verschil tussen mooie moderne gebouwen en krottenwijken. De bus brengt ons naar een groot hotel in het centrum van Jakarta, onze kamer bevindt zich op de elfde verdieping. We gaan ons eerst eens lekker douchen en een uurtje slapen. Door de wekker, die we uit voorzorg gezet hebben, worden we wakker. We gaan naar een groot winkelcentrum dat vlak naast het hotel ligt en kijken daar wat rond. Om zes uur wordt het al donker. Dat is wel een nadeel van de landen zo dicht bij de evenaar.

 

Om zeven uur begint het welkomstdiner. Het is een echt Chinees diner, zoals we dat ook in China hadden, inclusief grote draaischijf. Prima eten, met heel veel verschillende gerechten. We maken nu ook wat beter kennis met onze reisgenoten. De groep bestaat uit negenentwintig personen, wisselend in leeftijd en zo komen uit heel het land.

 

Om negen uur liggen we in bed (het is dan twee uur in de nacht in Nederland). Kijken nog wat tv; het Nederlandse nieuws via BVN. Morgen worden we om zes uur gewekt! Het is koud op de kamer dus zetten we de airconditioning uit.


Een selectie van de foto's gemaakt op:

Dag 2 - 20 juni

terug naar start

 


 Dag 3        maandag 21 juni


 

Al voor de wekker aan zijn we wakker, we hebben prima geslapen. De oproep voor het gebed bij zonsopkomst, waar we voor gewaarschuwd werden, hebben we niet gehoord. De bevolking van Java is overwegend islamitisch, dus wordt er vijf keer per dag opgeroepen tot gebed.

 

 

Het ontbijtbuffet is zeer uitgebreid, met nasi en bami, maar ook gebak, broodjes, gebakken eieren, yoghurt en fruit. Om half acht stappen we de bus in voor een rondrit door Jakarta, de Indonesische hoofdstad. De stad ligt in het westen van Java, aan de noordkust van het eiland. Jakarta ligt in een lage kustvlakte aan de monding van de Liwung-rivier. Door deze ligging zijn er in de regentijd vaak overstromingen. Er wonen officieel 9 miljoen mensen, maar inclusief de voorsteden zijn dat er twee keer zo veel.

 

Jakarta dankt zijn naam aan generaal Fatahillah die in 1527 de Portugezen uit Sunda Kelapa verjoeg. De stad noemde hij vervolgens Jaya Karta, wat "Stad van de Overwinning" betekent. Nog geen eeuw later werd de stad met de grond gelijkgemaakt door de Nederlandse gouverneur Jan Pieterszoon Coen. Hij liet er een fort bouwen, Batavia, en gaf de stad dezelfde naam.

 

Dat fort stond aan de monding van de Liwung-rivier in een laaggelegen, moerassig gebied. Dat bleek een ongezonde omgeving en daarom werd het centrum van de stad naar het zuiden verplaatst, rondom het Koningsplein dat nu Onafhankelijkheidsplein (Medan Merdeka) heet.

Midden op dit vierkante plein staat het Monumen Nasional, in de volksmond Monas genoemd. Het werd in 1964 opgericht door president Soekarno. Het is een 137 meter hoge marmeren obelisk met op de top een vergulde vlam. In het centrale zakendistrict staat het verkeer overdag vaak muurvast. Om die verkeersproblemen het hoofd te bieden, mogen in sommige straten geen auto's rijden met minder dan drie inzittenden.

 

Rondom Medan Merdeka staan prachtige gebouwen in koloniale stijl, zoals het presidentieel paleis en het Nationaal Museum. Ten oosten van Medan Merdeka ligt de grootste moskee van Zuidoost-Azië. Het was een van de prestige-objecten van Soekarno. Deze Istiqlal-moskee heeft een enorme koepel die al van verre te zien is.

De rondrit gaat verder naar het oude stadscentrum, dat in de Hollandse tijd het machtscentrum van het oude Batavia was. Het lag op enige afstand van de haven aan een plein, dat nu bekend staat als Taman Fatahillah. De grondleggers van de stad gaven de opdracht om er een schitterend stadhuis te bouwen. Het plein en de gebouwen werden tussen 1972 en 1975 gerestaureerd als onderdeel van een groot project om de historische stad van Jakarta te bewaren. Enkele van de koloniale gebouwen werden toen musea. Het stadhuis, aan de noordkant van het plein werd drie keer herbouwd, de laatste keer was in 1710. Het deed ook dienst als een rechtbank en gevangenis.

Een kort ritje met de bus naar de oude haven van de stad die Sunda Kelapa heet. Er liggen tientallen oude zeilschepen, die volgens mij niet allemaal meer in de vaart zijn. Hardhout van de andere eilanden wordt hier aangevoerd en met mankracht van de boten gehaald over een wiebelige plank. Het is hard werken en het dagloon van de arbeiders is Rp 100.000, dat is omgerekend
€ 10,-.
De munteenheid van Indonesië is de rupiah (Rp). Er zijn bankbiljetten van 100.000, 50.000, 20.000, 10.000, 5000, 1000, 500 en 100 rupiah. Rp 1000 = dus omgerekend ± € 0,10.

Bij de haven ligt het Fort Culemborg uit 1645 met daar dichtbij de Hoenderpasarbrug, een Hollandse ophaalbrug over het kanaal Kali Besar, die we vanuit de bus zien als we onderweg naar Bogor (het vroegere Buitenzorg) gaan.

Er komt geen einde aan de stad. De tegenstellingen die we zien zijn groot, dure appartementen van € 1000,- per maand naast krottenwijken.

 

 

Buitenzorg was de residentie van de gouveneurs-generaal van Nederlands-Indië. In 1817 werd daar door dr. Casparr Georg Carl Reinwardt een botanische tuin, tevens proefstation, gesticht, 's Lands Plantentuin te Buitenzorg. Er is nog steeds een samenwerkingsverband met de Landbouw Universiteit van Wageningen. In vijf jaar tijd wist Reinwardt er 900 verschillende planten bijeen te brengen. De paleistuin van de gouverneur-generaal grensde aan 's Lands Plantentuin, zodat het leek of beide tuinen in elkaar overliepen.

Na de soevereiniteitsoverdracht werd het paleis in wat nu Bogor heet, de residentie van de Indonesische president Soekarno en de Plantentuin,  omgedoopt tot "Kebun Raya Bogor".

Het is in de botanische tuin erg druk. Het is de tijd van de schoolreisjes, ook veel dagjesmensen. Tijdens onze wandeling door het park hebben we veel bekijks. Volgens Yana zijn er veel mensen uit kleine dorpjes, die alleen maar “witte” mensen op tv hebben gezien en ons erg interessant vinden.

 

 

We lunchen in Bogor voordat we verder gaan naar Bandung. We kunnen kiezen uit soep, nasi goreng, bami, garnalen, kip en groenten. Als toetje is er vers fruit.

 

We rijden via de Puncak (oude schrijfwijze Poentjak), dit is de naam van een pas die we over gaan, als we van Bogor naar Bandung reizen. Letterlijk vertaald betekent puncak top. Het hoogste punt van de pas bevindt zich op ongeveer 1500 m hoogte. Aangezien dit een hoog gelegen en daardoor relatief koel gebied is, was het al voor de tweede wereldoorlog populair om hier vanuit het snikhete Batavia een "frisse neus" te gaan halen. Aan die koloniale periode is het te danken dat er Zwitserse houten chalets staan. Tegenwoordig is de route omgeven door hotels en vakantieoorden. Voor de Indonesiërs uit het laagland is het ook bijzonder dat er dennenbomen groeien en de plaatselijke bevolking dikke jacks en mutsen draagt.

 

 

De hele route is één grote file. Allemaal bussen met schoolkinderen. Ze zwaaien allemaal enthousiast naar ons. Langs de hele weg staan veel kleine winkeltjes, met zo op het oog, allemaal dezelfde producten (kilometers lang). Het ziet er wel netjes uit.
Het is een lange rit, pas om half negen zijn we bij het hotel. We gaan eerst gezamenlijk eten in een restaurant schuin tegenover het hotel. Het eten is erg lekker. Dit keer  mogen we naar de 18e verdieping. We hebben een heel appartement voor ons tweeën, met twee slaapkamers, een zitkamer met openkeuken en een badkamer. We blijven twee nachten hier. Na het douchen nog een kopje thee en maar weer naar bed, want ook morgen worden we om 6 uur gewekt

 

Een selectie van de foto's gemaakt op:

Dag 3 - 21 juni

terug naar start

 


 Dag 4        dinsdag 22 juni


 

Na het ontbijt vertrekken we om half acht met de bus naar de actieve vulkaan Tangkuban Perahu (vertaald: omgekeerde prauw). De vulkaan is 2084 meter hoog en is voor het laatst in 1983 uitgebarsten. De laatste kilometer bergop rijden we met kleine busjes. Zodra we uitstappen worden we omringd door jonge mannen die ons allerlei souvenirtjes willen verkopen. We wandelen ongeveer een uur rond. Wandelend over de kraterrand hebben we een mooi uitzicht op het kratermeer, waaruit dikke zwavelwolken opstijgen en alles borrelt en pruttelt. Het ruikt naar rotte eieren. De jonge mannen wijken niet van onze zijde. Ze vertellen over de bomen die hier groeien (de varenboom en de bosbessenboom). Sommige stammen zijn helemaal zwart, wat door de zwaveldamp komt. Jenny koopt een armbandje voor we vertrekken.

 

Weer met de kleine busjes naar de grote bus. Na een kwartiertje rijden zien we allemaal theeplantages om ons heen en even later zijn we bij de theefabriek die we gaan bezoeken. Het is een redelijk gedateerde fabriek (opgericht in de Hollandse tijd), maar alles ziet er wel effectief uit. We krijgen een leuke rondleiding en mogen alles bekijken. In deze fabriek wordt orange pecco thee gemaakt. Uiteraard mogen we de thee proeven en krijgen ook nog een pakje mee voor thuis.

 

In Ciater zijn heetwaterbronnen, die door veel dagjesmensen wordt bezocht. We hebben onze zwemkleding meegenomen en zwemmen wat in het geneeskrachtige water van zo’n 40°C. Hier stinkt het gelukkig niet, maar mijn zilveren armbandje is wel gelijk zwart.

Vlak naast de bronnen is een restaurant waar we gaan lunchen. Tot nu toe is het ieder keer ongeveer gelijk. Soep, nasi, bami, vlees, groenten en fruit (schijfjes watermeloen, ananas en papaja) toe. Prima eten, maar drie keer per dag nasi (ja ook bij het ontbijt) is wel een beetje veel van het goede.

 

Op de terugweg door de bergen naar Bandung is het erg druk. Yana vertelt allerlei wetenswaardigheden, onder  andere ook over Eduard Douwes Dekker. Hij werkte als ambtenaar in Nederlands-Indië, waar, toen hij er op negentienjarige leeftijd aankwam, naar eigen zeggen zijn 'ziel ontwaakte', maar waar hij ook de vele wantoestanden zag onder verantwoordelijkheid van het Nederlandse koloniale bewind. Zijn bekendste werk is de roman Max Havelaar, waarin hij - op basis van zijn eigen ervaringen - de behandeling van de plaatselijke bevolking door Nederlandse en Nederlands-Indische bestuurders aan de kaak stelde. In dit boek koos Dekker het pseudoniem Multatuli, Latijn voor 'ik heb veel (leed) gedragen' (=multa tuli). Op onze vraag, of de Indonesiërs de Nederlanders niet haten, krijgen we het antwoord dat ze veel aan de Nederlanders te danken hebben. In onze ontmoetingen tot nu toe, als de mensen hier vragen waar we vandaan komen (Belanda  = Nederland), krijgen we alleen maar enthousiaste verhalen onder andere over het WK voetbal. We kunnen het ons niet voorstellen.

We gaan naar de angklung muziekschool van Pak Ujo. Zijn zoon, Pak Ujo jr, is nu de drijvende kracht achter deze succesvolle onderneming in één van de kampongs in Bandung. 
Een angklung bestaat uit drie bamboekokers die met stukken bamboe aan elkaar zijn vastgemaakt. Elk instrument is met de hand gestemd en brengt één toon voort. Er bestaan rekken met acht angklungs waarop door één persoon een melodie gespeeld kan worden.
Om met losse angklungs een complete melodie te kunnen spelen zijn tenminste enkele personen nodig met elk een eigen angklung. Acht Angklungs tezamen vormen een toonladder. Een grote groep kinderen (de jongste vier jaar) geven een leuke, spontane show met muziek en dans. Met de opbrengst van de show wordt de schoolopleiding van de kinderen betaald. Op een gegeven moment wordt het publiek ook bij het muziek maken betrokken. Pak Ujo jr weet iedereen zo te activeren en te motiveren dat er na een paar minuten door de hele zaal al een paar melodieën gespeeld kan worden. Het geheel is wel erg toeristisch, maar toch ook heel leuk. De kinderen zijn gelukkig niet over-gediciplineerd.

We gaan terug naar het appartement en gaan eerst lekker douchen. Daarna pakken we onze koffers vast, want die worden vanavond al opgehaald. De grote bus gaat vanavond naar Kroya, waar wij morgen met de trein naar toe gaan.

We wandelen wat door de buurt van het hotel. De temperatuur is heerlijk, zwoel, warm, maar niet benauwd. In het winkelcentrum onder het hotel eten we in een restaurant een T-bone steak, wat anders dan nasi, of bami. Morgen hebben we geluk, want dan worden we nog eerder, om half zes al gewekt. Dus weer vroeg naar bed.

 

Een selectie van de foto's gemaakt op:

Dag 4 - 22 juni

terug naar start

 


 Dag 5        woensdag 23 juni


Om half zes worden we gewekt, na het ontbijt staan er een aantal luxe taxi’s in de parkeergarage van het hotel, die ons naar het station brengen. We hebben alleen wat handbagage bij ons. De rit duurt nauwelijks vijf minuten, dat hadden we ook wel kunnen lopen! We worden tijdens deze reis wel in de watten gelegd.

Klokslag acht uur vertrekt de trein naar Kroya. Het is een “luxe”-trein met besproken plaatsen. De pleegzoon van Yana is steward op deze trein en hij verwent ons met koffie en gebakjes. Iedere dag gaan we ergens koffie drinken, we krijgen dan zogenaamde Yana-koffie. Koffie aangepast aan onze Nederlandse smaak, zonder drab en lekker pittig. Ook zijn er elke dag koekjes (zeg maar gebakjes) uit de verschillende streken.

 

 

Yana heeft alles tot in de puntjes geregeld en verzorgd. Ze vertelt honderd uit over allerlei onderwerpen. Van de economie, het schoolsysteem en de twee-kinderen-is-genoeg politiek, godsdienst, tot allerlei dagelijkse gewoonten en etiquette.

 

Het is een mooie route door de natuur van Java, langs rijstvelden en kleine dorpjes. Op enkele stations stopt de trein. Er komen gelijk verkopers, die hun waren aan de man proberen te brengen. Sommigen maken er een hele show van. Ook veel kinderen die om snoepjes vragen. Yana heeft ons gewaarschuwd vooral geen geld te geven, omdat ze dan gaan bedelen. Ik heb een hele doos met pennen van Merijn meegekregen om uit te delen. Dat komt hier goed uit, want de kinderen zijn er erg blij mee.

 

Yana verdwijnt naar de keuken in de trein. Ze houdt streng toezicht op het bereiden van het eten. Even later zitten we allemaal met een groot bord nasi op schoot.

 

 

Precies op tijd komt de trein in Kroya aan en onze bus staat al voor het station op ons te wachten. We gaan verder naar Wonosobo. Onderweg maken we een paar spontane stops. Eerst bij een fabriekje waar ze van tapiocameel en water een soort vermicelli maken. De sliertjes pasta worden op grote metalen platen gespoten en daarna 10 minuten in de hete zon gedroogd. Dan worden er kluwens van gedraaid en ingepakt. De volgende stop is bij een steenbakkerij. Als een rijstveld is uitgemergeld wordt de klei afgegraven en in steenmallen gedaan. Na het drogen worden de stenen gebakken. De steenovens worden gestookt met het stro van de rijst. In deze streek is er vooral de natte rijstteelt.  Bij de natte rijstverbouw worden de velden onder water gezet zoals hier in de sawa's, die een ingenieus irrigatiesysteem hebben. De cyclus van zaaien tot oogsten duurt honderd dagen, zodat er drie oogsten per jaar mogelijk zijn.

 

 

Yana vertelt nog een sappig verhaal over een onecht kind van prins Bernard, die hij verwekt heeft bij een kennis van haar. De jongen had qua leeftij een zoon van Willem Alexander kunnen zijn. Ze kwam op dit verhaal omdat we vannacht in het hotel logeren, waar Juliana en Bernard tijdens hun staatsbezoek in 1981 ook geslapen hebben. Het is een mooi koloniaal hotel. Om vijf uur komen we al aan. We douchen ons, Jenny gaat wat lezen en ik doe even een lekker tukje. Om zeven uur hebben we een prima buffet. Wel erg aan gepast aan de Europese normen, met onder andere aspergesoep, frietjes, Boeuf Stroganoff en chocoladepudding toe. Als we aan de koffie en thee zitten komt de hoogbejaarde eigenaresse informeren of alles naar wens is. In de lobby van het hotel staat een foto van haar met Juliana.

 

Na het eten maken we een wandelingetje naar het dorpsplein, dat omgeven is door grote, oude ficus benjamini. Het is rustig en voor het eerst in Indonesië horen we tropische geluiden, van insecten en vogels. Opeens begint het te regenen. We schuilen wat onder een afdakje boven een informatiebord. Eerst grote druppels, maar na vijf minuten worden het er steeds minder en even later is de bui al weer over.

Terug in het hotel drinken we nog een kopje thee, of koffie. Ook hier kunnen we het Nederlandse nieuws via BVN kijken. Ik schrijf nog wat en je raadt het al, vroeg naar bed, morgen ook weer om half zes op!

 

Een selectie van de foto's gemaakt op:

Dag 5 - 23 juni

terug naar start

 


 Dag 6        donderdag 24 juni


Het normale ochtendritueel deze vakantie: douchen, koffers pakken, ontbijten en al weer vroeg op pad naar het Dieng plateau, dit keer met kleine busjes.

 

De weg naar het plateau is echt prachtig, we rijden door een ruig en steil landschap. Het is hier en daar mistig en nevelig, wat alles een mysterieuze aanblik geeft. Overal zijn al boeren bezig op de akkers, die in sawa’s langs de bergwanden zijn aangelegd. Hier is de grond erg vruchtbaar en er worden veel aardappels verbouwd. De wegen zijn smal en er is nogal wat schade aan de weg door recente aardverschuivingen, vandaar dat de grote bus hier niet kan komen.

Als eerste bezoeken we de tempels van Candi Bima, de oudste Hindoetempels van Midden –Java aan Shiva geweid. Ze zijn gebouwd in de 8e eeuw en zijn de eerst bekende stenen gebouwen op Java.

 

De busjes pikken ons weer op om verder te rijden naar een plek met stoom, zwavelgassen en bubbelende modderpoelen: de bronnen van Kawah Sikidang. We mogen hier niet te lang rondlopen want er hangen giftige gassen. Aan de zijkant glinsteren helder gele zwavelkristallen.

 

Dieng is nog steeds een actief geothermaal gebied. Als we er naar toe lopen komt de zwavellucht ons al tegemoet. Het lijkt hier wel een maanlandschap. We lopen naar een grote krater. Het kookt. We kunnen tot de rand van de kokende stinkende massa lopen. Het is nergens afgeschermd of zo. We voelen voorzichtig in een paar kleine poeltjes. De grond is hier behoorlijk warm onder onze voeten!  We vinden het best gevaarlijk. De modder zie je soms moeilijk door de stoom, maar het spat erg hoog op. Doordat je bijna niets ziet door de stoom en er verder bijna niemand is, hangt hier een buitenaardse sfeer.

We gaan wandelend naar het Telaga Warna, het kleurenmeer, door het hoge zwavelgehalte van het water heeft het een vreemde blauwe kleur, die naarmate het water dieper is donkerder wordt. Het meertje is omgeven door schitterende natuur en er heerst hier een serene rust. Inmiddels is alle mist en nevel opgetrokken en op de terugweg naar het hotel hebben we een aantal mooie vergezichten met op de achtergrond de vulkanen Sumbing en Sundoro.

De grote bus staat al op ons te wachten, we stappen in en na een rit van twee uur komen we bij de Borobudur aan.

 

 

De Borobudur is gelegen bij de Merapi, de meest actieve vulkaan van Indonesië en is gebouwd in de periode 750 - 850. De naam stamt mogelijk uit het Sanskriet "Vihara Buddha Ur", dit betekent vrij vertaald "boeddhistische tempel op de berg".

De Borobudur is opgebouwd als een grfote stoepa. De basis van deze stoepa is 123 bij 123 meter. De stoepa heeft negen etages; de onderste zes zijn vierkant, de bovenste drie rond. De etages vertegenwoordigen de boeddhistische kosmos. Op de bovenste etages bevinden zich 72 kleine stoepa's, die gebouwd zijn rondom één grote centrale stoepa. De grote stoepa staat symbool voor het Nirvana.

 

 

De kleine stoepa's vertegenwoordigen van onder naar boven de weg die een boeddhist moet afleggen om uiteindelijk in het Nirvana te worden opgenomen. De open gaten in de onderste stoepa's staan op hun punt (de weg is nog onzeker) en in de bovenste stoepa's vlak, horizontaal (de weg is duidelijk, het geloof stevig).

's Ochtends dient de Borobudur nog steeds als gebedsoord. Een pelgrim loopt iedere etage zeven maal rond met de klok mee. In de stoepa's bevinden zich beelden van Boeddha; wie door de gaten in de stoepa's deze beelden aan kan raken ontvangt, volgens het lokale bijgeloof (niet volgens het boeddhisme), het eeuwige geluk.

 

De Borobudur heeft eeuwen verborgen gelegen onder as en begroeiing. In de achttiende eeuw moet van de hoogste terrassen van de Borobudur nog wel iets te zien zijn geweest. Nederlanders op weg naar het Javaanse hof kwamen wel langs andere monumenten maar nooit in de buurt van de Borobudur.

De Borobudur is herontdekt in 1814 ten tijde van het Engelse tussenbewind in Nederlands-Indië, door toedoen van Luitenant-Gouverneur Sir Thomas Stamford Raffles en met name de door hem uitgezonden Nederlandse medewerker H.C. Cornelius. Cornelius maakte met meer dan 200 man gedurende ruim anderhalve maand het monument al enigszins vrij. Zijn werk werd tussen 1817 en 1822 door anderen voortgezet. Vanaf 1835 waren ook de hogere gaanderijen uitgegraven en was het monument grotendeels toegankelijk. In de jaren 1849-1853 voerde F.C. Wilsen de opdracht uit alle reliëfs in tekening te brengen. Zijn werk werd gereproduceerd bij de eerste Borobudur monografie (1873)  samengesteld door de directeur van het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden Dr. C. Leemans. Ook in 1873 maakte de toentertijd zeer bekende fotograaf Isidore van Kinsbergen opnamen van de Borobudur. Hij liet de reliëfs geel verven om betere opnames te krijgen. Door die kleurstof is de erosie sterk toegenomen en dit bespoedigt nu het verval. De bouwkundige toestand van het complex bleef onbevredigend, zodat in 1882 zelfs een Hoofdinspecteur van de Cultures voorstelde de Borobudur maar geheel af te breken en de reliëfs in musea te bewaren.

 

In 1885 ontdekte Jan Willem IJzerman, de eerste voorzitter van de Archaeologische Vereeniging van Yogyakarta, de verborgen basis van de Borobudur. Het pad eromheen werd afgegraven en de fotograaf Kassian Céphas werd gevraagd alle 160 reliëfs die tevoorschijn kwamen te fotograferen. Daarna werden de reliëfs weer bedekt. Daarom zijn de opnamen van Céphas tot op de dag van vandaag de enige bron voor studie van deze reliëfs.

De liefde voor de Borobudur ontstond zo langzamerhand wel bij velen maar weer anderen kregen (of stalen) reliëfs, boeddhakopjes of ornamenten. De koning van Siam, in 1886 op bezoek bij de landvoogd Otto van Rees, deed op zijn rondreis door Nederlands-Indië de Borobudur aan en kreeg meer dan zijn zin: acht ossenkarren onvervangbare beelden en ornamenten, inclusief de enige tempelwachter van groot formaat werden naar Siam afgevoerd.

 

 

De eerste grote restauratie werd uitgevoerd van 1907-1911 door de toenmalige kapitein/majoor der Genie: Theodoor van Erp.  Als jong officier was hij gestationeerd te Magelang en in 1900 werd hij lid van de zogeheten Borodudur Commissie. De restauratie was een groot succes en dwong alom respect af vanwege zijn unieke aanpak waar geen enkele handleiding voor bestond. De Borobudur was op het eerste gezicht in zijn oude luister hersteld.

Wegens het beperkte budget was de restauratie vooral gericht op het verbeteren van de waterafvoer en herstel van de structuur van het monument. Wilde het monument uiteindelijk structureel overleven dan diende op den duur een kolossale restauratie uitgevoerd te worden. De Borobudur is namelijk gebouwd op een heuvel en tropische regenbuien maken dat het monument fungeerde als een soort spons waardoor de stoepa uiteindelijk altijd implodeerde en verzakte en de reliëfs werden aangetast door mossen en vegetatie.

 

Totale ontmanteling en versterking van de heuvel en wederopbouw daarna bleek de enige remedie. In de periode 1973-1984 werd deze massale restauratie uitgevoerd, mede gefinancierd met geld van UNESCO. Het monument is dan ook te vinden op de Werelderfgoedlijst.

Ook hier weer veel inlandse toeristen, die graag met ons en zelf op de foto willen. We hebben ruim de tijd om hier rond te kijken.

Er staan een aantal paardenkoetsjes voor ons klaar die ons naar een dorpje in de buurt brengen. We krijgen een leuke rondleiding, met demonstratie van het dagelijks leven in een dorp. De jongens van het dorp sluiten het af met een stoere dans, begeleidt door een gamelanorkestje.

Met de koetsjes rijden we terug naar de bus, inmiddels wordt het ook al weer donker. In anderhalf uur rijden we naar Yogyakarta, ook dit keer hebben we een mooi hotel. Bij een supermarkt halen we wat te drinken, snacks en yoghurt. We besluiten het diner maar eens een keer over te slaan, want we eten drie keer per dag veel te veel. Nu dus maar eens kalm aan. Wat hebben we vandaag veel gezien en gedaan. Moe, maar voldaan weer op tijd naar bed.

 

 

 

Een selectie van de foto's gemaakt op:

Dag 6 - 24 juni

terug naar start


 Dag 7        vrijdag 25 juni


 

Hoewel we vandaag in Yogyakarta blijven worden we toch om zes uur gewekt. We hebben een prima ontbijt en gaan op weg voor een "shoptour" door de stad. Eerst gaan we naar een batik-schildersatelier. Om te batikken wordt de stof eerst met een waterafstotende was bestreken op de plekken waar de verf niet moet komen. Na het verven wordt  voor de volgende kleur de hele procedure herhaald.  Het is een erg arbeidsintensieve techniek en daardoor relatief duur. De meeste schilderijen die we zien vinden we kitscherig, er vallen er maar een paar in de smaak.

De bus brengt ons hierna naar het ommuurde paleis van de sultan, het kraton, dat stamt uit 1755. Sultan Hamengkubuwono I is de ontwerper van het kraton en tegelijkertijd de stichter van het koninkrijk Ngayogyakarta Hadiningrat. De huidige sultan woont nog steeds in het kraton. De locatie van het paleis is niet willekeurig gekozen. Het kraton is gelegen tussen twee rivieren, de Code in het oosten en de Winongo in het westen. Water is makkelijk voorhanden en tegelijkertijd is er geen overstromingsgevaar. Daarnaast ligt het kraton op één lijn met de zee in het zuiden en de vulkaan Gunung Merapi in het noorden wat mystieke voordelen met zich meebrengt.

Op het plein voor de kraton is een postkantoor, daar kopen we postzegels en plakken ze gelijk op de kaarten die we al geschreven hadden. Ze worden gelijk gestempeld en ons wordt beloofd dat ze binnen een week in Nederland op de mat zullen vallen.

Volgens de mythe is het kraton door deze geografische lijn beschermd door de geesten die in Gunung Merapi leven en de godin van de zuidelijke zee, Nyai Roro Kidul. Nyai Roro Kidul was een prinses die godin werd, nadat ze vrijwillig verdronk om een boze bezwering te verbreken.

In een paar delen van het kraton zijn Europese stijlen te zien, maar verreweg het grootste deel is een goed voorbeeld van Javaanse paleisarchitectuur. Het gebouw is 14.000 m2 en de diepe filosofische betekenis wordt verbeeld in de verschillende ruimten, de houtsnijwerken, de bomen en de locatie.

De Javanen beschouwen het kraton en het omliggende gebied als de microkosmos. Door een harmonische opbouw van de verschillende elementen van het kraton blijft het echte universum in evenwicht.

 

Na het paleis uitgebreid bekeken te hebben gaan we naar een batikfabriek. Hier wordt met stempels gewerkt, waarmee de was op de stof aangebracht wordt. Deze techniek gaat veel sneller dan het vrije werk en is ook meer industrieel, hoewel het wel handwerk blijft.

 

Met een bedjak (fietstaxi) rijden we naar de leershop van Joan Linthorst over de achtergrond en welke doelen zij tevens steunt kun je meer lezen op:
 

Jaya Langgeng (JL)
 

Het is een mooie winkel annex atelier. Ze werken hier met Nederlandse arbeidsvoorwaarden. Joan is een kennis van Yana. Officieel is ze niet opgenomen in de shoptour, het is geen commercieel bedrijf. We drinken hier ook koffie, dit keer met een groot stuk gebak door Yana geregeld, omdat één van onze reisgenoten jarig is. Jenny ziet de tas die ze altijd al gehad had willen hebben. Ze koopt hem, Fair Trade op de plaats van productie.

 

Hierna gaan we lunchen op een heel mooie locatie: een oud paleis. De bediening is er erg vriendelijk, het eten heerlijk en het is zo te merken een erg geliefde locatie, want het is er erg druk.

Een bezoek aan een zilverwerkplaats en bijbehorende winkel maakt onze shoptour compleet. Weinig modern en stijlvol werk, wel behoorlijk duur, zelfs naar Nederlandse begrippen. Zo hebben we ook wel weer genoeg “verplichte” verkooppunten gehad. Wel een goed idee trouwens om ze allemaal achter elkaar te doen.

Het volgende programmaonderdeel is een bezoek aan de tempels van Prambanan: het grootste Hindoe-Javaanse tempelcomplex in Indonesië. De belangrijkste van deze tempels is de Lara Jonggrang, vaak ten onrechte aangeduid als "de Prambanan". De tempels zijn ongeveer 850 n.Chr. gebouwd door onder andere Rakai Pikatan, een Shivaïtische koning uit de tweede Mataram-dynastie. Korte tijd nadat het complex was voltooid, werd het verlaten en begon het te vervallen.

Pas vanaf 1893 werd het plateau van het middencomplex weer uitgegraven. De reconstructie van het complex begon in 1918, en is nog steeds niet gereed. De renovatie van het hoofdgebouw werd pas in 1953 voltooid omdat het bijna onmogelijk is de originele stenen terug te vinden: vaak zijn ze ontvreemd en hergebruikt op verafgelegen plaatsen. Een tempel zal slechts worden herbouwd als 75% van het originele steenwerk beschikbaar is. Mede daardoor is van de meeste kleinere tempeltjes nog steeds niet meer te zien dan de muurtjes van de fundering.

Ook dit complex staat op de Werelderfgoedlijst.

Het complex heeft drie hoofdtempels (Trisakti, "drie heilige plaatsen"), waarvan de grootste 47 meter hoog is en gewijd is aan Shiva. Ten zuiden van deze tempel staat de tempel gewijd aan Brahma, ten noorden een die gewijd is aan Vishnoe. Tegenover deze drie hoofdtempels liggen drie kleinere, waarvan de middelste is gewijd aan Shiva's stier Nandi, de andere twee voor respectievelijk Brahma's rijdier, de gans Angsa (Indonesisch voor "gans") en Vishnu's adelaar Garoeda, Indonesië's nationale symbool.

 

Samen met aan beide zijkanten nog twee kleinere tempels vormen voornoemde zes tempelgebouwen (candi, "tempel", genoemd) een centraal vierkant plein met zijdes van zo'n 110 meter. Op een iets lager liggend omringend plein liggen de ruïnes van nog eens 224 heiligdommetjes (pewara), die elk zo'n 14 meter hoog geweest moeten zijn. Zoals eerder vermeld, zijn slechts enkele ervan tot nu toe herbouwd. Hieromheen ligt een nog groter plein, weer iets lager gelegen, met zijdes van 390 meter. Door deze kleine hoogteverschillen vormt het Prambanancomplex een soort "getrapte piramide".

Het hoofdgebouw (de "Shiva-tempel") in het centrum is omringd door een reling met vier toegangspoorten. Aan de buitenkant van deze reling vindt men reliëfs met konijnen, herten, rammen, pauwen, apen en ganzen, elke keer gegroepeerd aan beide zijden van de Boom des Levens (dit noemt men het "Prambanan-motief"). De binnenkant van de reling heeft reliëfs met scènes uit het Ramayana-epos. Hier wordt verhaald hoe Sita, Rama's geliefde vrouw, wordt ontvoerd en hoe Hanuman, heer van de apen, haar weer bevrijdt met behulp van zijn apenleger. Dit verhaal wordt (in ingekorte vorm) ook voor toeristen opgevoerd, met op de achtergrond de verlichte tempels.

De reliëfs van de Shiva-tempel worden voortgezet op de Brahma-tempel. Op de Vishnu-tempel vindt men Krishna, de held uit het andere befaamde Hindoe-epos, Mahabharata.
Bij binnenkomst van de Shiva-tempel komt men in de hoofdkamer, waar zich een groot beeld van de vierarmige Shiva bevindt. In drie andere kamertjes staan beelden van Ganesha (met olifantshoofd, de zoon van Shiva), Agnastya (symboliseert Shiva als leraar) en Durga (die de duivelse stier versloeg en Shiva's grootste steun was). Durga nam een belangrijke plaats in, in de Hindoeïstisch-Javaanse beeldhouwkunst en het complex is ook naar hem genoemd: Durga wordt in de volksmond ook wel Lara Jonggrang ("slanke maagd") genoemd.

Bij de aardbeving op Midden-Java in 2006 is de Pranbanan vrij ernstig beschadigd geraakt.

 

 

We gaan terug naar het hotel om te douchen en om te kleden. We dineren bij het Ramayana ballet, waarna we een voorstelling te zien krijgen. Het is een Indonesische  dansvoorstelling, gebaseerd op het klassieke Hindoeïstische Ramayana helden-epos. De voorstelling wordt gekenmerkt door een zeer boeiende en bijzondere choreografie en het draait om een avontuurlijk liefdesverhaal rond het beroemde koningspaar Rama en Sinta.

De inhoud van het in dans voorgestelde verhaal luidt als volgt:

Op een mooie dag wandelde de Reuzenkoning Rhawana van Alengka in het Krendoyonobos van het Dandhakawoud. Zijn pad kruiste dat van prinses Sinta, de echtgenote van de verbannen koning Rama. De Reuzenkoning was zeer onder de indruk van de schoonheid van Sinta en besloot haar voor zich te winnen en haar tot zijn vrouw te maken. Om dit voor elkaar te krijgen, gaf hij opdracht aan een van zijn onderdanen om zich te veranderen in de gedaante van een mooi dier, het Gouden Hert. Met dit Gouden Hert zou hij proberen om de aandacht van de beeldschone Sinta te trekken.

Sinta die samen met haar man koning Rama en met zijn broer Laksama in het woud wandelde en genoot van de ongerepte natuur, ontdekte plotseling tussen de bloemen het dartele Gouden Hert. Ze probeerde het mooie dier te strelen , maar deze vluchtte het bos in. Smekend richtte ze zich tot haar man Rama om haar te helpen het dier te vangen. Het drietal ondernam hiertoe vruchteloos vele pogingen maar het mooie dier was hen veel te snel en te slim af.  Toen besloot Rama het dier toch maar te achtervolgen tot diep in het bos en hij  greep naar zijn pijl en boog.

Enige tijd nadat Rama was vertrokken, hoorde Sinta vanuit de diepte van het bos een luide schreeuw. Een angstig vermoeden bekroop haar dat het wel eens de stem kon zijn van haar gewonde echtgenoot. Ze verzocht dringend aan Laksama, de broer van Rama, om haar man te gaan zoeken. Laksama evenwel had andere plannen met de mooie Sinta. Hij wuifde de angst van Sinta weg en vermelde zorgeloos dat het geluid slechts de nabootsende kreet was van het Gouden Hert en niet van Rama.

Sinta, die het vermoeden had dat Laksama haar wilde misleiden, beschuldigde hem dat hij Rama niet wilde helpen omdat hij haar voor zichzelf begeerde. Laksama verklaarde daarop Sinta zijn liefde en bezwoer in wanhoop onder ede dat hij nooit zou willen trouwen met een andere vrouw dan zij.  De eed zette hij kracht bij door zich fysiek te ontmannelijken en sneed daarvoor zijn edel deel af. Maar omdat Sinta zo droevig was besloot hij uiteindelijk toch maar om Rama te gaan zoeken. Voordat hij Sinta alleen achterliet, trok Laksama een magische cirkel om haar heen. Niemand kon deze cirkel betreden en Sinta beloofde zelf niet buiten deze cirkel te gaan totdat de beide mannen zouden zijn terug gekomen.

Terwijl Sinta geduldig zat te wachten binnen de cirkel, kwam na enige tijd de Reuzenkoning te voorschijn. Hij kon echter  de magische cirkel niet betreden en veranderde zich in de gedaante van een arme oude en van dorst stervende man. Sinta kreeg hevig medelijden met deze man en besloot hem te drinken te geven. Daartoe moest ze haar arm buiten de cirkel uitstrekken. Op dat moment greep de Reuzenkoning haar vast en ontvoerde haar al  vliegend door de lucht naar zijn rijk. Onderweg in de lucht ontmoetten ze Jayatu, de koning der vogels. Jayatu begreep dat Sinta in nood verkeerde en om Sinta te helpen bond hij de strijd aan met haar ontvoerder, de Reuzenkoning. Maar de Reuzenkoning was sterker en won deze strijd waarop de vogel stervend neerviel.

Zo trof Rama in de plaats van zijn geliefde Sinta de stervende vogel aan, die hem nog net wist te mee te delen dat Sinta was ontvoerd naar het rijk van de Reuzenkoning, Alengka. Rama begaf zich spoorslags naar het rijk Alengka en kwam onderweg Hanoman tegen, de witte aap. Op diens eigen verzoek was hij de witte aap behulpzaam bij het verkrijgen van een eigen koninkrijk door middel van het doden van Soebali met zijn magische pijl te doden. Hanoman beloofde daarop om als 'de koning der apen met zijn apenleger' naar het rijk Alengka te gaan en mee te helpen om Sinta te zoeken.

Na enige tijd zoeken trof Hanoman prinses Sinta aan in het gezelschap van de nicht van de Reuzenkoning. Deze nicht had helpen voorkomen dat de wanhopige Sinta gedood werd omdat ze immers zo graag terug wilde naar koning Rama. Wenend zaten beide vrouwen in de tuin en Hanoman gaf de bedroefde prinses Sinta als troost en bewijs een ring van Rama. Sinta was verheugd met dit gebaar en gaf Hanoman een haarspeld om terug te bezorgen aan Rama ten teken dat zij nog leefde. Hanoman vond  evenwel dat zijn opdracht nu wel beëindigd was en wilde met zijn apenleger  eerst eens wat anders doen. Hij wilde de kracht van het rijk van de Reuzenkoning maar eens gaan testen. Al doende vernielde hij de mooie tuin.

De Reuzenkoning was daarom woedend en gaf zijn soldaten opdracht om de witte aap Hanoman te vangen. Indrajit, de kroonprins van het rijk Alengka slaagde er uiteindelijk in om Hanoman te vangen met zijn machtige kettingpijl. De Reuzenkoning wilde Hanoman onmiddellijk doden maar werd geadviseerd om de witte aap in het vuur te gooien zodat hij levend zou verbranden. Maar de slimme Hanoman begon vaardig met de brandende houtblokken te gooien totdat het rijk van de Reuzenkoning in lichterlaaie kwam te staan. De neef van de Reuzenkoning, Indrajit, schoot zijn oom nog te hulp maar Hanoman wist Rahwana de Reuzenkoning te onthoofden.

Vervolgens ging Hanoman naar de tuin om Sinta te halen en naar koning Rama te brengen. De prinses was zeer gelukkig maar haar liefde werd door koning Rama afgewezen omdat hij twijfelde aan haar kuisheid door haar lange verblijf bij de Reuzenkoning. Rama vroeg daarom aan Sinta om eerst haar kuisheid te bewijzen door bij wijze van proef, een heilig bad te nemen en daarna in het vuur te springen. Als zij onschuldig was, zou de god Brahma haar zeker helpen. Sinta stemde in met de proef en werd inderdaad  gered door de vuurgod Brahma, waarmee haar kuisheid dus was bewezen en ze zich met Rama kon verenigen.

En zo leefden ze lang en gelukkig voort...  koning RAMA EN SINTA.

Op typisch Indonesisch Hindoeïstische wijze dankt het koningskoppel de vuurgod Brahma, door de handen samen te vouwen en daarmee licht het voorhoofd aan te raken.

De hele dans duurt twee uur. Wel wat traag, maar toch mooi.

Om een uur of tien zijn we weer in het hotel, we drinken nog wat en gaan dan naar bed. Morgen weer om half zes op!

Een selectie van de foto's gemaakt op:

Dag 7 - 25 juni

terug naar start


 Dag 8        zaterdag 26 juni


 

We hebben vandaag een lange reis voor de boeg en worden mede daarom ook nu weer om half zes gewekt. Het kost geen moeite meer, want we zijn het andere ritme nu wel gewend. Gelijk na vertrek zien we een mooie actieve vulkaan in de verte. De Merapi (2968 meter) is een vulkaan in de Indonesische provincie Midden-Java. Met 68 uitbarstingen sinds 1548 is het de meest actieve vulkaan van het land. De naam Merapi betekent berg van vuur. De vulkaan ligt dicht bij de stad Yogyakarta, en duizenden mensen leven op de hellingen ervan, in dorpen die op hoogten tot 1700 meter boven zeeniveau liggen. Vanwege de grote dreiging die de vulkaan oplevert voor bevolkte gebieden, wordt de Merapi tot de 16 gevaarlijkste vulkanen ter wereld gerekend. De recentste uitbarsting van de vulkaan begon in 1992 en duurde tien jaar voort. Onder andere in november 1994 was er een grote uitbarsting. Een wolk gloeiend gas verbrandde toen 60 mensen.

Op 20 maart 2006 was de vulkaan in het nieuws, vanwege de dreiging die uitging van vernieuwde activiteit. Op 21 april 2006 werden uit voorzorg honderden mensen geëvacueerd. Een uitbarsting wordt ieder moment verwacht.

Op 13 mei 2006  werd door de Indonesische regering een 'code rood'-waarschuwing afgegeven, waarbij een uitbarsting binnen 24 uur werd verwacht. Alle omwonenden werden verplicht geëvacueerd.

Op 15 mei 2006 kwam de Merapi tot uitbarsting. Twee dagen later, op 17 mei, vond opnieuw een uitbarsting plaats.

Op 27 mei 2006 werd Java getroffen door een aardbeving van 6.2 op de schaal van Richter. Na een paar dagen van relatieve rust kwam de Merapi vervolgens weer tot uitbarsting. We stoppen even om wat foto’s te maken, wat niet makkelijk is, omdat de afstand wel erg groot is.

 

We rijden door van Midden- naar Oost-Java, onderweg door kleine dorpjes en wat grotere plaatsen. In één van die wat grotere plaatsen stoppen we bij een authentieke lokale markt. We trekken veel bekijks en worden erg vriendelijk tegemoet getreden. Levende vis, kippen en eenden, schitterende verse groente en fruit. Ook allerlei huishoudelijke zaken, zoals potten en pannen (wokken) en kleding. Bij één van de kramen koopt Jenny een batik-jurk voor Rp 50.000 = € 5,-. Omdat het voor onze begrippen een koopje is dingt Jenny tot verbazing van de koopvrouw en de koopvrouwen bij haar in de buurt niet af. Ze worden er allemaal enthousiast van, vanavond hebben ze feest. Er zitten ook wat oudere dames, met heel weinig koopwaar. Volgens Yana zitten ze hier eigenlijk alleen voor de sociale contacten. We vervolgen onze lange tocht. We hebben koffiepauze in een banketbakkerij annex lunchroom. De taarten zijn echte kunstwerken.

 

We hebben wat oponthoud omdat we een noodbrug over moeten. Vier weken geleden is na hevige regenval door een aardverschuiving een deel van de weg en de brug vernield. Zoals hier bij alle wegwerkzaamheden wordt het verkeer geregeld door een aantal jonge mannen. Ze vragen hier wel een kleine vergoeding voor. We lunchen in een grote hal bij een busstop. Er zijn buslijnen door Java van west naar oost en vice versa. De afstand is zo’n 1500 kilometer, dus moet er onderweg regelmatig gestopt worden om wat te eten en naar de wc te gaan. Dit is één van die plekken.

Om kwart over zes komen we bij ons hotel in Batu aan. Het is een resort, waar ook veel rijke lokale mensen vakantie vieren. Er is een groot bruiloftsfeest aan de gang. Vlak naast de feestzaal is ons appartement, nu geen twee slaapkamers, maar verder wel van alle gemakken voorzien. Omdat het nog redelijk vroeg is gaan we de buurt een beetje verkennen. Bij een supermarktje kopen we wat snacks en drinken. We slaan vandaag het diner maar een keer over. We hebben de hele dag gezeten en tijdens het ontbijt en de lunch veel gegeten. We gaan om negen uur naar bed, want we worden vannacht om één uur gewekt voor een excursie naar de kraterwand van de reusachtige Bromo vulkaan.

Een selectie van de foto's gemaakt op:

Dag 8 - 26 juni

terug naar start


 Dag 9        zondag 27 juni


 

Om één uur worden we gewekt, drinken koffie en thee en stappen in kleine busjes die ons naar Bromo brengen. De rit duurt ongeveer twee uur. In Cemoro Lawang stappen we over in Jeeps. Was de weg het eerste deel van de route steil en smal, nu is het wegdek ook nog eens erg slecht. De weg wordt ook steeds steiler. We kunnen weinig zien buiten de achterlichten van onze voorganger en de koplampen van de Jeep achter ons. Op een bepaald moment stoppen we en moeten we te voet verder. Er zijn al heel veel mensen en er rijden heel veel taxi-brommertjes tussen ons in. We worden bijna onpasselijk van de uitlaatgassen. Die laatste paar honderd meter lopen duurt gelukkig niet al te lang. Op het uitzichtpunt op de berg Pananjakan, het hoogste punt van de oude kraterwand (de Caldera), moeten we nog zo’n half uur wachten. Het is erg koud, we waren hier al voor gewaarschuwd dus hebben onze voorzorgsmaatregels met warme vesten getroffen. Langzaam zien we het aan de horizon rood en later oranje worden. Door de bewolking wordt de zichtbare zonsopkomst een kwartiertje uitgesteld. We hebben nu een schitterend uitzicht op het grote zandmeer en de kraters van de Bromo.

Op 8 juni 2004 heeft de laatste uitbarsting plaats gevonden. De Bromo is één van de meest actieve vulkanen van Indonesië. Het uitzicht is adembenemend.

We ontbijten in een van de stalletjes langs het pad, het hotel heeft ontbijtdozen voor ons verzorgd.

Met de Jeeps rijden we via de binnenkant  van de oude kraterwand naar beneden richting zandmeer. Het is een barre tocht. Op sommige stukken is de weg verdwenen. Nu pas kunnen we goed zien hoe groot het zandmeer is, dat uit grijs lavazand bestaat. De laatste kilometer, tot de voet van de actieve vulkaan leggen we te paard af. Het zijn kleine felle paardjes, die er goed verzorgd uitzien. Dan nog eens 249 traptreden naar de kraterrand. We zien rookwolken uit het binnenste van de krater komen. Gelukkig staat de wind gunstig, zodat we geen last hebben van de giftige gassen. We wandelen terug naar  de Jeeps langs een Hindoeïstische tempel.

 

Veel van de pelgrims die in de tempel komen offeren zijn we ook al tegen gekomen op de trappen naar en van de vulkaan. Eerst met de Jeeps en later met de kleine busjes rijden we terug naar het hotel. Om half twee in de middag zijn we pas terug, nu al een lange dag. We gaan ons eerst douchen en daarna lunchen. We nemen een tonijnsandwich met frietjes, een keer wat anders als nasi, of bami. Daarna gaan we twee uur slapen. We hebben de wekker gezet, want we zijn bang anders morgenochtend pas wakker te worden. Voor het diner gaan we in het mooie hotelzwembad zwemmen. Het diner valt dit keer erg tegen. De kok heeft geprobeerd Europees eten voor ons te maken, met laffe pasta, zachte frietjes en veel te gare groente. Dat moet hij maar niet meer doen. Dan toch liever nasi, of bami. Het vroege opstaan begint nu wel zijn tol te eisen, allebei willen we graag slapen.

Een selectie van de foto's gemaakt op:

Dag 9 - 27 juni

terug naar start


 Dag 10        maandag 28 juni


 

Om half zeven worden we gewekt. We hebben een nacht van 10 uur gemaakt. Het ontbijt is in dit hotel ook heel magertjes. Het is goed dat we hier maar één nacht zijn. We gaan op weg naar Kalibaru. Het is een mooie tocht door Oost-Java. We rijden langs irrigatiekanalen die in de Nederlandse tijd  (de 30er jaren van de vorige eeuw) zijn aangelegd en later zijn opgeknapt. Naast de bevloeiing van de akkers worden de kanalen ook gebruikt als openbare wasserij, badhuis en toilet!

 

Om vier uur komen we in Kalibaru aan. We gaan eerst naar de plantages van Mevrouw Ir. Harnik Suhartono. Ze heeft in Wageningen gestudeerd aan de Landbouw Universiteit. Mevrouw Suhartono begeleidt 42 verstoten, of weeskinderen (vaak kinderen van ongehuwde moeders). We worden opgewacht door een aantal van die weeskinderen. Ze hebben allemaal mooie traditionele kleding aan. De kinderen nemen ons mee naar de ontvangsthal. De vrouwen krijgen een mooie bloemcorsage in het haar en de mannen een kroon allemaal gemaakt van palmbladeren. De “moeder” legt allerlei zaken over de plantage uit. Ze heeft hem geërfd van haar vader. Er wordt onder andere koffie, cacao, nootmuskaat, peper, kruidnagelen, vanille, rijst en allerlei vruchten verbouwd. We krijgen een uitgebreide rondleiding. Alles ziet er goed verzorgd en schitterend uit. Het geld dat wordt verdiend met de verkoop van de producten en de rondleidingen wordt aan de verzorging en opleiding van de kinderen besteed. Halverwege de rondleiding krijgen we een miniconcert door een aantal kinderen. Ze zingen zelfs oud Nederlandse kinderliedjes. Als we weggaan blijkt dat één van de kinderen ook Herman heet, dat hoor ik omdat er iets aan hem wordt gevraagd. Ik vraag het na en het blijkt een veel voorkomende Indonesische naam te zijn. Aan het eind van de rondleiding krijgen we koffie, of thee met veel lekker dingen. De kinderen hebben geknutseld met palmbladeren. Ze hebben er voor ons allerlei mooie vlechtwerkjes van gemaakt: krekels, vogeltjes, vlinders enz. Ook dansen twee kleine meisjes een traditionele dans. Daarna is het carnaval. Wij worden door de kinderen uitgenodigd om mee te dansen op de muziek van…. (eigenlijk wil ik het niet zeggen)…. Frans Bauer en André van Duijn. Iedereen koopt bijna wel wat van de producten van de plantage. We zijn inmiddels zo ver naar het oosten gereisd, dat het kwart over vijf al donker wordt.

 

We gaan naar het hotel wat maar tien minuten reizen is. Wij vinden dit tot nu toe het mooiste hotel. Geen sterren, geen luxe, geen airco, geen telefoon, geen tv, geen ramen, wel horren en jaloezieën en heel authentiek. We hebben een soort eigen huisje met een veranda, en voor zover we het nu kunnen zien een schitterende tuin. Het is heerlijk stil, op de exotische “stille kracht” geluiden na. We gaan eerst douchen en daarna à la carte dineren. Het eten is verrukkelijk. We verlaten morgen Java en we willen voordat we gaan vertrekken in elk geval de tuin nog bekijken. Bij het geluid van krekels, vogels en heerlijke geuren vallen we snel in slaap.

Een selectie van de foto's gemaakt op:

Dag 10 - 28 juni

terug naar start


 Dag 11        dinsdag 29 juni


 

Goed vijf uur gaat onze wekker. Er zitten een paar gekko’s op de muur. Die hebben er voor gezorgd dat we vannacht geen last van insecten hebben gehad. Na het ochtendritueel douchen, koffers pakken en buiten zetten, gaan we wandelen in de schitterende tuin. Een aantal oudere dames is al bezig met het onderhoud. Het lijkt wel een botanische tuin, zoveel verschillende  bomen, struiken en planten zijn er. We zien dat onze reisgenoten een persoonlijke wake-up-call krijgen door een klop op de deur. Een paar andere, inlandse gasten, vragen ons hoe we het hier vinden. Voor ons mag ieder hotel in Indonesië “zo” zijn. De grote moderne zoveel sterren hotels zijn overal het zelfde. De inlandse gasten komen hier ook voor de rust en de mooie tuinen, we kunnen het ons voorstellen. Na het ontbijt is het al weer half acht en vertrekt de bus. We rijden in twee uur naar de pont, die ons naar Bali brengt. Het is niet druk, dus hebben we geen wachttijd. Het is maar een klein stukje varen, te vergelijken met de oversteek van Den Helder naar Texel.

 

De zee is mooi kalm en met uitzicht op de vulkanen van Java achter ons en de bergen van Bali voor ons drinken we in het zonnetje onze “Yana koffie”.

Ook het uitschepen gaat prima. Als we op Bali zijn, zien we gelijk dat het hier echt anders is. Bali is overwegend Hindoeïstisch overal staan grote en kleine tempels. Er lopen veel honden rond. Ze zien er niet allemaal even goed verzorgd uit. De klok moeten we een uur vooruit zetten. We zitten hier in een ander tijdszones (zes uur eerder als Nederland).

 

Tijdens de lunch nemen we afscheid van Yana, de chauffeur en de bijrijder. De komende dagen op Bali is er wel een host van Fox-reizen voor ons te bereiken, mocht het nodig zijn. Het eten is prima, natuurlijk weer nasi en bami, maar dit keer varkenssaté.

We rijden verder naar Kuta, waar we overstappen in kleine busjes die ons naar de verschillende hotels waar we voor geboekt hebben brengen.

Nu komt het echte afscheid van een aantal mensen. We bedanken Yana uitvoerig voor de prima organisatie van deze reis. Ze was een gezellige gids, die ons veel geleerd heeft over Indonesië en in het bijzonder Java.

Wij gaan naar hotel Puri Saron in Seminyak. Het is een mooi hotel direct aan zee. Als we aankomen is het al donker. We krijgen een kamer op 2 hoog met een groot balkon.

 

Eerst gaan we ons douchen en daarna de omgeving wat verkennen. We lopen langs het zwembad van het hotel het strand op. Het is een mooi breed strand en er zijn bijna geen mensen. We wandelen richting Kuta. Langs het strand zien we erg veel hotels, het één nog luxer, dan het ander. Er is ook een soort boulevard, daar eten we lekkere gebakken vis. Ook nu zijn we toch wel weer moe, al hebben we bijna de hele dag in de bus gezeten. De indrukken die we de afgelopen dagen hebben opgedaan zijn ook zo overweldigend, zowel wat betreft de natuur, de cultuur en de vele ontmoetingen met mensen. Het is maar goed dat we zoveel foto’s gemaakt hebben en dat ik elke avond de belevenissen van de dag opschrijf. We kunnen er dan thuis met de foto’s en het reisverslag nog lang van nagenieten.

 

Morgen kunnen we uitslapen. Geen wake-up-call of wekker. Heerlijk.

 

 

Een selectie van de foto's gemaakt op:

Dag 11 - 29 juni

terug naar start


 Dag 12        woensdag 30 juni


 

We worden deze uitslaapochtend toch om zes uur wakker. We horen geen oproep tot gebed zoals op Java, maar wel hanen. We doezelen nog lekker wat na, maar zitten toch om half acht al aan het ontbijt, dat hier zeer uitgebreid en lekker is. Om half tien worden we geïnformeerd door een Fox host over ons vertrek op zaterdag. We worden pas om één uur van het hotel opgehaald. Ook vertelt de host ons nog andere nuttige informatie en hoe we hem in noodgevallen kunnen bereiken.

 

We gaan zwemmen, eerst in het zwembad en later in de Indische Oceaan. Ze hebben beide de lekkere temperatuur van een graad of dertig. Het strand heeft grijs fijn zand en de golven zijn behoorlijk hoog. Er wordt hier veel gesurft. Ook zonnen we een beetje voorzichtig, omdat we niet willen verbranden. We hebben deze vakantie uiteraard wel in de zon gelopen en gezeten, maar voor echt zonnen hebben we nog geen tijd gehad. Echt zonnen willen we trouwens ook niet, we vinden het zonde om hier alleen maar in de zon te gaan liggen terwijl er nog zoveel te zien is.

 

Langs het strand wandelen we even later dan ook richting Kuta. Na zo’n 30 minuten lopen zijn we in het centrum. Veel winkels en kraampjes met veelal dezelfde artikelen, vooral gericht op de toeristen. Om de vijf winkels wordt gevraagd of we een massage, of manicure willen. Het is erg druk, vooral met veel Australische toeristen. Ook zijn er veel inlandse mensen een dagje uit. Opvallend is, dat het vooral Islamitische Balinezen zijn, wat we kunnen zien omdat de dames hoofddoeken dragen.

 

Het verkeer wordt opgehouden door een Hindoeïstische processie. Een bruiloft of zoiets! De dames dragen offergaven op hun hoofd. Ze zijn allemaal schitterend in het wit gekleed.

 

We wandelen ook langs het strand terug, een verademing, die rust. Hier toch nog wel behoorlijk veel mensen, maar door de breedte van het strand hebben we daar geen last van. We horen alleen het bulderen van de golven. Langzaam gaat de zon onder. In Indonesië hebben we geen wolkenloze luchten mee gemaakt. Een schitterend gezicht die zonsondergang en wolken die opkleuren in allerlei pasteltinten.

 

Naast het hotel is een grote stellage boven een zwembad gebouwd waar gebugyjumped wordt. We blijven daar een poosje kijken. Wel spectaculair, maar niets voor ons.

 

Vlak bij het hotel is een eethuis, dat ons is aanbevolen: Benny’s Bistro. Het eten is daar inderdaad prima. Tijdens het eten worden er verschillende klassieke Balinese dansen opgevoerd. We laten het ons ook nu weer goed smaken. Ik geloof dat ik er wel aan kan wennen, iedere dag nasi, of bami. Dat komt ook omdat er iedere keer weer heel lekkere andere gerechten bij zitten. We hebben vandaag heel wat uurtjes gelopen. Om tien uur liggen we dan ook al weer in bed.

 

Een selectie van de foto's gemaakt op:

Dag 12 - 30 juni

terug naar start


 Dag 13        donderdag 1 juli


 

We hebben vandaag de wekker wel gezet, want Jenny en Linda (een reisgenote) gaan vandaag naar Ubud, een kunstenaarsdorp. Ik heb daar niet zo’n zin in, ga liever wat langs het strand lopen.

Voordat de wekker afgaat ben ik al wakker. Weer vast en prima geslapen, zoals we de hele vakantie al doen. Als we willen ontbijten regent het behoorlijk hard. Het is gelukkig maar een bui en als die na een half uur overgetrokken is, is het gelijk weer lekker zonnig.

Om 9 uur worden Jenny en Linda door een door hen geregelde taxi opgehaald.

 

Ik maak een lange wandeling langs het strand, niet richting Kuta, maar de andere (meer rustige) kant op. Na een half uurtje lopen zijn er bijna geen toeristen meer te zien. Wel inlandse vissers en families die hier baden. Hier zijn langs het strand wel een aantal bouwplaatsen waar ze hotels aan het bouwen zijn. Over een paar jaar zal het hier wel net zo druk zijn als in Seminyak en Kuta.

 

Op het strand staat een grote tent, waar een Hindoeïstische plechtigheid aan de gang is. Ook zie ik een tempel niet ver daar vandaan. Als ik de trappen van het tempelcomplex op wil gaan, wordt ik tegengehouden door een bewaker. Hij vraagt door gebaren mee te komen. Hij geeft me sarong en gordel en doet deze bij me om. Hij wijst naar mijn fototoestel en lacht en doet z’n duimen omhoog, als teken dat ik rustig foto’s mag maken.

Nu mag ik de trappen wel op. Ik ben de enige niet Balinees, iedereen is vriendelijk naar me en laat me naar hartenlust fotograferen.

 

Verbazingwekkend wat ze allemaal offeren. De grootste en mooiste fruitschalen, komen met vrachtwagens vol aangereden, gewijd en geofferd.

 

Op mijn gemak wandel ik terug naar het hotel, ga me douchen en wil net een middagslaapje doen, als Jenny weer terugkomt. Ze vertelt wat over Ubud, en de kunst die ze daar hebben bekeken. Ook daar alles erg gericht op de toeristen. Verder hebben ze een lokale markt bezocht waar geen toeristen waren. Ze hadden eigenlijk wat te weinig tijd om wat meer buiten de gebaande paden te kijken. Wel waren ze iemand tegen gekomen die ons morgen het minder toeristische Java zou willen laten zien. Als we met zijn aanbod akkoord gaan moeten we hem voor acht uur bellen.

 

Alsnog gaan we een klein tukje doen en daarna wat winkelen in Seminyak. Eindelijk vinden we een paar T-shirts voor de Anne Jan en Moreno die we leuk vinden. Gisteren is het eten bij Benny’s goed bevallen, dus vandaag eten we daar nog eens. Nu is er live muziek. Twee jongens spelen gitaar en zingen er verdienstelijk bij. Teruggekomen in hotel bellen we eerst de man die ons wil rondleiden, dat we wel met hem op pad willen. Daarna werken we de web-blog bij en lezen de berichtjes aan ons geschreven. Morgen onze laatste “echte” vakantiedag op Bali, daarna begint de terugreis al weer.

Een selectie van de foto's gemaakt op:

Dag 13 - 1 juli (Herman)

Dag 13 - 1 juli (Jenny)

terug naar start


 Dag 14        vrijdag 2 juli


 

Op onze laatste hele dag in Indonesië en Bali hebben we zowaar een beetje uitgeslapen. Om half acht worden we pas wakker. Na het ontbijt gaan we naar de lobby van het hotel, waar Linda en wij om half tien hebben afgesproken met John Safrie Sinaga, onze gids en chauffeur voor vandaag.

 

John laat ons de binnenlanden van Bali zien. Hij probeert wel bij een paar verkooppunten te stoppen, zodat hij, als wij daar wat kopen, wat provisie kan opstrijken. Na een houtsnijwerkplaats bij Ubud, waar Jenny 2 pinguïns scoort en een zilverwerkplaats annex shop vinden we het wel genoeg.

 

We rijden nu naar Goa Gajah “de olifantengrot” een Hindoeïstisch heiligdom uit de achtste eeuw. Het is er schitterend en het ligt in een tuin met eeuwenoude bomen. In de grotten zelf is het erg warm en vochtig.

 

John brengt ons hierna naar de Gunung Agung, een matig actieve vulkaan, die de hoogste berg van Bali vormt. Vanaf een plekje op de oude kraterwand (caldera) hebben we een schitterend uitzicht op het hele complex. De oude krater van de Gunung Batur, waarvan de hele kegel is weggeslagen, de Gunung Agung zelf en een mooi meer.

 

 

John laat ons op een koffieplantage de luwak zien. De koffiebes wordt hier verbouwd. Deze bes wordt gegeten door de luwak, een civetkatachtige. Het vruchtvlees wordt verteerd, maar de pit blijft intact en passeert zijn maag-darmkanaal. Door fermentatie  krijgt deze zijn, naar men zegt, geliefde exquise smaak. De pitten worden hierna teruggevonden in de ontlasting van de kat, die vervolgens worden gewassen. Om de smaak zoveel mogelijk te behouden, worden de pitten meestal licht geroosterd. Aangezien de uitgepoepte bessen moeilijk te vinden zijn, is de prijs zeer hoog en heeft de koffie een exclusief karakter. Hier wordt de natuur een handje geholpen door de luwak op te sluiten en hem de koffiebessen te voeren.

 

Op de terugweg naar Seminyak rijden we langs een aantal prachtige sawa’s. Uiteraard stoppen we hier even om alles rustig in ons op te nemen en foto’s te maken. We vragen John of hij een leuk restaurant weet waar we met z’n vieren kunnen eten. Eerst wil hij niet mee-eten, maar hij is gelukkig snel over te halen. We willen geen toeristenrestaurant, maar een restaurant waar de gewone man in Bali gaat eten.

 

John brengt ons naar een visrestaurant. Wij zijn inderdaad de enige niet Balinezen. Het eten is er erg lekker en ontzettend goedkoop. Als het geserveerd wordt zit er geen bestek bij. John moet er om lachen. “Wij eten met onze hand”, zegt hij. Maar al snel worden er lepels en vorken gebracht. Omdat John met z’n hand eet, doen wij het ook.

 

Het is inmiddels acht uur als John, met een innige omhelzing afscheid van ons neemt. Hij was een prima gids en chauffeur vandaag. Ik beloof hem dat ik zijn E-mailadres op mijn site zal zetten. Ga je in Bali op vakantie, dan bevelen wij hem graag aan als gids, chauffeur, of tolk. John_safri@yahoo.com

 

Lekker douchen, een kopje koffie, of thee en weer naar bed voor onze laatste nacht in Indonesië.

Een selectie van de foto's gemaakt op:

Dag 14 - 2 juli

terug naar start


 Dag 15       zaterdag 3 juli


 

Vanzelf worden we om half zeven voor de wekker aan wakker. Na het ontbijt gaan we nog even naar de winkelstraat om te pinnen, we moeten elk Rp 300.000 luchthavenbelasting op het vliegveld betalen. Ook kopen we nog wat kleine souvenirtjes.

 

Terug in het hotel gaan we in het zwembad wat zwemmen en wandelen nog even langs het strand. Het wordt dan toch tijd om de koffers te pakken. Om twaalf uur moeten we de kamer verlaten. Als het tien voor één is worden we opgehaald door een klein busje dat ons naar het vliegveld Denpasar brengt.

 

Er is niemand van Fox op het vliegveld, maar het inchecken gaat vlot en zonder problemen. Het vliegtuig (een Boeing 747-400) vertrekt keurig op tijd richting Hong Kong. Toch nog een behoorlijke afstand van een kleine 3500 kilometer. We hebben een perfecte vlucht over Sumatra en de Zuid-Chinese Zee. Onderweg zien we een prachtige zonsondergang, omdat we zo hoog zitten duurt die veel langer dan normaal.

 

Vlak voor de landing zien we het mooi verlichte Hong Kong vanuit de lucht. De landing gaat heel soepel. Bij de douane moet Jenny een flesje met geurige olie inleveren, omdat de inhoud te groot is. Op Bali hadden ze het wel door de vingers gezien. We komen nu in een heel ander deel van het vliegveld, als op de heenweg. Een verschil van dag en nacht, hier wel volop levendigheid, met restaurants en winkeltjes. We komen om half negen aan en om elf uur moeten we ons bij de vertrekgate melden. Met een soort metro, zonder bestuurder worden we naar de vertrekhal vervoerd. Er is hier genoeg te zien en te doen, het wachten duurt ons niet lang.

 

Om half twaalf mogen we aan boord, voordat we goed en wel zitten is het hier al zondag geworden, in Nederland is het nog zaterdagavond 6 uur.

Een selectie van de foto's gemaakt op:

Dag 15 - 3 juli

terug naar start


 Dag 16      zondag 4 juli


 

Het vertrek gaat niet volgens planning. Er is een grote onweersbui net ten westen van Hong Kong. We vliegen er met een grote bocht omheen. Wel kunnen we in de verte het onweer prachtig zien. De koers die het vliegtuig volgt gaat over China naar het Noorden. Het lijkt mij een omweg en wat de reden van deze route is wordt niet duidelijk. Een hele zit, gelukkig slapen we zo nu en dan een poosje. Om zes uur Nederlandse tijd worden we gewekt en krijgen ons ontbijt. Als we de landing inzetten vliegen we over Schiphol heen, met een grote bocht over de Kennemerduinen en een stukje Noordzee weer het vaste land op via Haarlem. Er is wat laaghangende mist, wat een mooi gezicht is zo vanuit de lucht. We landen keurig op tijd en alle formaliteiten zij zo afgehandeld. We nemen afscheid van een aantal van onze reisgenoten, de rest is al niet meer te vinden. Die moeten we maar een mailtje sturen. De koffers zijn er gelukkig ook zo. Gelijk na onze landing hadden we al naar huis gebeld en als we de schuifdeuren uit zijn zien we Maartje en Moreno al aan komen lopen.

 

Het heeft toch voordelen om zo dicht bij Schiphol te wonen. In no-time zijn we thuis en gaan bij Maartje en Moreno op de koffie om de vorderingen in hun nieuwe huis bewonderen waar ze inmiddels wonen.

 

We kijken met veel voldoening terug op een schitterende, goed georganiseerde reis, met leuke reisgenoten en een uitvoerig programma.

Een selectie van de foto's gemaakt op:

Dag 16 - 4 juli

terug naar start